Rentevergoedingsregeling invoerrechten heeft onmiddellijke werking vanaf 2022
ECLI:NL:GHAMS:2026:1955, Gerechtshof Amsterdam, 28-05-2026, 25/756 en 25/757
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Artikel 27quater van de Invorderingswet voorziet in vergoeding van rente door de ontvanger en niet door de inspecteur.
Kern van de zaak
De inspecteur ging in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank, die had geoordeeld dat rente vergoed moest worden over terugbetaling van in strijd met Unierecht geheven invoerrechten. Het geschil betrof de toepassing van de rentevergoedingsregeling van artikel 27quater Invorderingswet, die per 1 januari 2022 in werking trad.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep van de inspecteur is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank is vernietigd voor zover het beroep gegrond was en de inspecteur was opgedragen rente te vergoeden. De doorslaggevende reden is dat de rentevergoedingsregeling van artikel 27quater Invorderingswet onmiddellijke werking heeft: zij geldt voor alle terugbetalingen op grond van beschikkingen van op of na 1 januari 2022, ongeacht wanneer de heffing of betaling plaatsvond.
Impactscore
MiddelDe uitspraak geeft een duidelijke interpretatie van het overgangsrecht bij artikel 27quater Invorderingswet, wat relevant is voor een specifieke groep importeurs in douanezaken, maar heeft beperkte maatschappelijke breedte en betreft een uitspraak van een gerechtshof, niet de Hoge Raad.
Belangrijkste punten
- 1Artikel 27quater Invorderingswet (ingevoerd per 1 januari 2022) heeft onmiddellijke werking.
- 2De regeling geldt voor beschikkingen tot terugbetaling van op of na 1 januari 2022, ongeacht het tijdstip van de oorspronkelijke heffing of betaling.
- 3De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de regeling ook rentevergoeding vereiste in deze situatie.
- 4De ontvanger had inmiddels al op eigen initiatief rente vergoed, wat door het hof werd opgemerkt.
- 5Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank slechts gedeeltelijk, namelijk voor zover het beroep gegrond was verklaard en rente was opgedragen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat de rentevergoedingsregeling van artikel 27quater Invorderingswet onmiddellijk werking heeft en niet met terugwerkende kracht geldt voor heffingen of betalingen vóór 1 januari 2022. Dit heeft gevolgen voor de interpretatie van overgangsrecht bij douanerestitutiezaken.
Praktische impact
Importeurs die voor 1 januari 2022 in strijd met Unierecht geheven invoerrechten betaalden maar pas daarna een terugbetalingsbeschikking kregen, kunnen onder omstandigheden aanspraak maken op rentevergoeding; wanneer de beschikking vóór 1 januari 2022 werd afgegeven, geldt de nieuwe regeling niet.
Onderwerp-impact
Voor bedrijven in de import- en exporthandel biedt deze uitspraak duidelijkheid over de reikwijdte van de rentevergoeding bij onrechtmatig geheven douanerechten, hetgeen relevant is voor de financiële planning bij lopende en toekomstige restitutiezaken.
Samenvatting
In deze zaak stond centraal of de rentevergoedingsregeling van artikel 27quater Invorderingswet 1990, die per 1 januari 2022 in werking trad, van toepassing is op situaties waarin de oorspronkelijke heffing of betaling van invoerrechten vóór die datum heeft plaatsgevonden. De rechtbank had geoordeeld dat de inspecteur gehouden was rente te vergoeden en had daartoe het besluit van 1 februari 2024 partieel vernietigd. De inspecteur stelde hoger beroep in en betoogde dat de rechtbank het overgangsrecht had miskend. Het Gerechtshof Amsterdam geeft de inspecteur gelijk. Het hof oordeelt dat artikel 27quater Invorderingswet onmiddellijke werking heeft: de regeling is van toepassing op alle gevallen waarin de ontvanger op grond van een beschikking van de inspecteur van op of na 1 januari 2022 gehouden is om in strijd met het Unierecht geheven douanerechten terug te betalen. Het tijdstip waarop de heffing of de betaling van die rechten heeft plaatsgevonden, is daarbij niet relevant. Omdat de terugbetalingsbeschikking in deze zaak na 1 januari 2022 is afgegeven, valt de zaak binnen de reikwijdte van de nieuwe regeling. De rechtbank had dit miskend door de verplichting tot rentevergoeding op een onjuiste grondslag te baseren. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank gedeeltelijk – uitsluitend voor zover het beroep gegrond was verklaard, het besluit partieel was vernietigd en de inspecteur was opgedragen rente te vergoeden. Opgemerkt wordt dat de ontvanger inmiddels zelf al rente heeft vergoed. Voor een kostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De uitspraak biedt praktische duidelijkheid voor importeurs en de douanepraktijk over de temporele werking van de rentevergoedingsregeling bij onrechtmatig geheven invoerrechten.