JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:1766Laag32/100

Margeregeling BTW ten onrechte toegepast op gebruikte goederen

ECLI:NL:GHAMS:2026:1766, Gerechtshof Amsterdam, 15-01-2026, 25/741 en 25/742

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 15 januari 2026Publicatie: 3 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/741 en 25/742
Belastingrecht
Financiele Dienstverlening
Retail
Wet Ob
Margeregeling
Btw
Gebruikte Goederen
Intracommunautaire Levering

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Naheffingsaanslagen omzetbelasting; toepassing margeregeling.

Kern van de zaak

Een Nederlandse wederverkoper paste de BTW-margeregeling toe op gebruikte goederen ingekocht bij het Duitse bedrijf [bedrijf 1]. De Belastingdienst betwistte dit. De zaak draait om de vraag of aan de wettelijke voorwaarden van artikel 28b Wet OB voor toepassing van de margeregeling was voldaan.

Beslissing van de rechter

Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard: de margeregeling is ten onrechte toegepast. Doorslaggevend is dat de facturen van [bedrijf 1] geen vermelding bevatten dat de margeregeling werd toegepast en dat de goederen intracommunautaal werden geleverd, hetgeen door de Duitse fiscus is bevestigd.

32van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past gevestigde jurisprudentie toe en stelt geen nieuwe rechtsregels; de impact is beperkt tot betrokken partijen en bedrijven in vergelijkbare inkoopstructuren met gebruikte goederen uit het buitenland.

Belangrijkste punten

  • 1De margeregeling (art. 28b Wet OB) vereist dat de leverancier deze regeling daadwerkelijk toepast en dit op de factuur vermeldt.
  • 2Facturen van [bedrijf 1] vermeldden intracommunautaire levering, niet toepassing van de margeregeling.
  • 3De Duitse belastingdienst heeft bevestigd dat [bedrijf 1] de margeregeling niet heeft toegepast.
  • 4Het feit dat goederen als 'gebruikt' op facturen staan vermeld is onvoldoende om de margeregeling te rechtvaardigen.
  • 5Evenmin was voldaan aan de vrijstellingsgrond van artikel 11, eerste lid, onderdeel r, Wet OB.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat voor toepassing van de margeregeling bij intracommunautaire inkoop de leverancier aantoonbaar zelf de margeregeling moet hebben toegepast, met vermelding op de factuur. Aanduiding van goederen als 'gebruikt' volstaat niet.

Praktische impact

Wederverkopers die gebruikte goederen inkopen uit andere EU-lidstaten moeten expliciet controleren of de buitenlandse leverancier de margeregeling toepast en dit op de factuur vermeldt, anders riskeert men naheffing BTW over de volledige vergoeding.

Onderwerp-impact

Voor de retail- en handelssector met grensoverschrijdende inkoop van gebruikte goederen is dit een herinnering dat administratieve vereisten voor de margeregeling strikt worden gehandhaafd.

Samenvatting

In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam geoordeeld dat een Nederlandse wederverkoper de BTW-margeregeling van artikel 28b Wet OB ten onrechte heeft toegepast op goederen die zij inkocht bij het Duitse bedrijf [bedrijf 1]. De wederverkoper stelde dat de ingekochte goederen als 'gebruikt' kwalificeerden — het betrof door particulieren geretourneerde goederen met zichtbare beschadigingen — en dat de margeregeling daarom van toepassing was. Op de facturen van [bedrijf 1] was ook vermeld dat het om gebruikte goederen ging. Het hof volgde dit betoog echter niet. De margeregeling kan alleen worden toegepast indien de leverancier zelf de margeregeling heeft toegepast én dit expliciet op de factuur heeft vermeld, zoals vereist door artikel 28b, tweede lid, onderdelen d en e, van de Wet OB. Uit de facturen van [bedrijf 1] bleek juist dat sprake was van intracommunautaire leveringen zonder toepassing van de margeregeling. Dit werd bovendien bevestigd door de Duitse belastingdienst. Dat de goederen feitelijk als 'gebruikt' werden aangemerkt op de facturen, is een onvoldoende grondslag voor toepassing van de margeregeling door de afnemer. Ook een beroep op de vrijstellingsbepaling van artikel 11, eerste lid, onderdeel r, Wet OB slaagde niet. Het hof bevestigt daarmee dat de margeregeling strikt formele vereisten kent: de leverancier moet de regeling daadwerkelijk hebben toegepast en dit moet uit de factuuradministratie blijken. Wederverkopers die grensoverschrijdend gebruikte goederen inkopen, kunnen niet louter op basis van de aard van de goederen de margeregeling toepassen; zij dienen te verifiëren of hun leverancier dit regime ook werkelijk heeft gehanteerd.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1261, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03361

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1234Laag
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1234, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00131

Hoge Raad10 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1245Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1245, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/00155

Hoge Raad10 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1270Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1270, Hoge Raad, 10-07-2026, 24/03379

Hoge Raad10 jul 2026Overheid
5/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Rechtsgebieden