Zorgregeling vader afgewezen wegens medische toestand kind
ECLI:NL:GHAMS:2026:1651, Gerechtshof Amsterdam, 23-06-2026, 200.360.606/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. Het vaststellen van een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige is op dit moment niet in het belang van de minderjarige, vanwege haar medische situatie en de (trauma)hulpverlening die nog zal volgen. Anders dan de raad ziet het hof geen aanleiding om de zaak op de wachtlijst te plaatsen voor een raadsonderzoek. Een dergelijk onderzoek zal pas na een (klein) jaar afgerond zijn en de beslissing van het hof heeft in beginsel een tijdelijk karakter.
Kern van de zaak
Een vader (Albanees) verzoekt een zorgregeling voor zijn dochter. De moeder en het kind hebben de Nederlandse nationaliteit. Het kind heeft ernstige hartproblemen en de moeder heeft een PTSS na mishandeling door de vader.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt de bestreden beschikking van de rechtbank. Doorslaggevend zijn de ernstige gezondheidssituatie van het kind (aangeboren hartafwijking, nakende openhartoperatie) en de vastgestelde angst van de moeder voor de vader, die haar belet emotionele toestemming te geven voor contact.
Impactscore
LaagHet betreft een casuïstische beslissing in hoger beroep over een individuele zorgregeling, zonder nieuwe rechtsvragen of precedentwerking; de toegepaste maatstaven zijn gevestigd familierecht.
Belangrijkste punten
- 1Kind heeft aangeboren hartafwijking en moet een openhartoperatie ondergaan; haar medische toestand krijgt voorrang boven vaststelling van een zorgregeling.
- 2Vader heeft de moeder ten minste eenmaal mishandeld; moeder wordt behandeld voor een PTSS en kan het kind geen emotionele toestemming geven voor contact met de vader.
- 3Het hof acht zich voldoende voorgelicht en ziet geen aanleiding een raadsonderzoek te gelasten, ondanks het advies van de Raad voor de Kinderbescherming.
- 4Nederlandse rechter is bevoegd omdat het kind haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft; Nederlands recht is van toepassing.
- 5De zorgregeling is op dit moment niet in het belang van het kind; na herstel kan de situatie opnieuw worden beoordeeld.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat de belangen en gezondheidssituatie van het kind de doorslag geven bij de vaststelling van een zorgregeling, en dat een raadsonderzoek niet verplicht is als de rechter zich voldoende voorgelicht acht. Eerder geconstateerde huiselijk geweld en PTSS bij de verzorgende ouder wegen zwaar mee.
Praktische impact
De vader krijgt voorlopig geen omgang met zijn dochter; het kind kan na haar operatie in rust revalideren zonder spanningen rondom vadercontact. De moeder en het kind blijven buiten het directe bereik van de vader zolang de medische en psychische situatie onvoldoende is gestabiliseerd.
Onderwerp-impact
In zaken waarbij kinderen ernstig ziek zijn én sprake is van huiselijk geweld, bevestigt deze uitspraak dat medische en psychische veiligheid tijdelijk zwaarder wegen dan het recht op omgang met een ouder.
Samenvatting
Deze zaak betreft een vader met de Albanees nationaliteit die in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam een zorgregeling vraagt voor zijn dochter, die samen met haar moeder de Nederlandse nationaliteit heeft. De rechtbank had het verzoek eerder afgewezen; de vader verzocht het hof die beslissing te herzien. Het hof stelt voorop bevoegd te zijn omdat het kind haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, en past Nederlands recht toe, conform de onbetwiste beslissing van de rechtbank. De centrale juridische vraag is of het vaststellen van een zorgregeling in het belang van het kind is. Het hof beantwoordt die vraag ontkennend en bekrachtigt de bestreden beschikking. Daarvoor zijn twee samenhangende redenen doorslaggevend. Ten eerste verkeert het kind in een ernstige medische situatie: zij heeft een aangeboren hartafwijking, een recente hartkatheterisatie om het hartgaatje te sluiten is mislukt, een openhartoperatie staat in het vooruitzicht en zij heeft een te laag aantal bloedplaatjes waardoor wekelijkse controles en een mogelijke ziekenhuisopname dreigen. Het hof oordeelt dat de medische behandeling en revalidatie rust vereisen en dat contactspanningen daarmee onverenigbaar zijn. Ten tweede is voldoende aannemelijk dat de moeder ernstig angstig is voor de vader als gevolg van mishandeling door hem. Zij wordt behandeld voor een posttraumatische stressstoornis. Daardoor kan zij het kind geen emotionele toestemming geven voor contact met de vader, wat ten koste zou gaan van het welzijn van het kind. Ook het kind ontvangt traumahulpverlening, die tijdelijk is gestaakt vanwege haar medische toestand. Het hof ziet geen aanleiding voor een raadsonderzoek, omdat het zich op basis van de stukken en de mondelinge behandeling voldoende voorgelicht acht. Het verzoek van de vader wordt afgewezen.