Aanmaningskosten vernietigd wegens ontbrekend notificatiebewijs MijnOverheid
ECLI:NL:GHAMS:2026:1283, Gerechtshof Amsterdam, 28-04-2026, 25/1411
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Aanmaningskosten. Naheffingsaanslag parkeerbelasting digitaal bekendgemaakt. Notificatiebericht verzonden? Geen gegevens bedrijf (Logius).
Kern van de zaak
Een belastingplichtige (belanghebbende) betwistte dat hem aanmaningskosten in rekening mochten worden gebracht. Hij stelde nooit een e-mailnotificatie te hebben ontvangen over de plaatsing van een naheffingsaanslag in zijn berichtenbox op MijnOverheid, waardoor hij de aanslag niet tijdig kon betalen.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is gegrond verklaard en de beschikking aanmaningskosten is vernietigd. Doorslaggevend was dat de invorderingsambtenaar niet aannemelijk kon maken dat een notificatiebericht was verstuurd, omdat de beheerder van MijnOverheid ([bedrijf]) geen gegevens kon verstrekken.
Impactscore
MiddelDe zaak is feitelijk van beperkte omvang, maar raakt een structureel probleem bij digitale overheidscommunicatie en sluit aan bij lopende cassatieprocedures over hetzelfde vraagstuk, wat de bredere relevantie verhoogt.
Belangrijkste punten
- 1De bewijslast dat een notificatiebericht is verstuurd rust op de invorderingsambtenaar, niet op de belastingplichtige
- 2De beheerder van MijnOverheid kon in dit geval geen gegevens over het al dan niet verzonden notificatiebericht verstrekken
- 3Zonder bewijs van verzending van het notificatiebericht moet worden aangenomen dat de aanslag niet tijdig bekend was bij de belastingplichtige
- 4Aanmaningskosten mogen niet in rekening worden gebracht als de belastingplichtige de naheffingsaanslag niet tijdig kon betalen doordat hij niet op de hoogte was gesteld
- 5Het hof verwijst naar de conclusie van A-G Pauwels (ECLI:NL:PHR:2026:152) als onderbouwing voor dit oordeel
Impactanalyse
Juridische impact
Deze uitspraak bevestigt dat de overheid de bewijslast draagt voor het aantonen van verzending van digitale notificaties via MijnOverheid, en dat het ontbreken van dit bewijs in het voordeel van de belastingplichtige werkt. De verwijzing naar A-G Pauwels suggereert dat hierover mogelijk richtinggevende cassatierechtspraak aankomt.
Praktische impact
Belastingplichtigen die aanmaningskosten betwisten op grond van het uitblijven van een digitale notificatie hebben een sterke positie als de overheid het verzendingsbewijs niet kan leveren. De overheid dient haar digitale notificatiesystemen zo in te richten dat verzending aantoonbaar is en bewaard blijft.
Onderwerp-impact
Voor de digitale communicatie tussen overheid en burger via MijnOverheid benadrukt deze zaak de noodzaak van betrouwbare logging en archivering van notificatieberichten, zodat geschillen over ontvangst kunnen worden beslecht.
Samenvatting
In deze belastingzaak voor het Gerechtshof Amsterdam stond de vraag centraal of een belastingplichtige terecht aanmaningskosten in rekening waren gebracht naar aanleiding van het niet tijdig betalen van een naheffingsaanslag. De belastingplichtige betwistte dat hij ooit een notificatiebericht (e-mail) had ontvangen over de plaatsing van de naheffingsaanslag in zijn berichtenbox op MijnOverheid. Omdat de belastingplichtige dit betwistte, lag de bewijslast bij de invorderingsambtenaar om aannemelijk te maken dat het notificatiebericht wél was verstuurd. De invorderingsambtenaar vroeg daartoe gegevens op bij de beheerder van MijnOverheid, een dienst onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Die beheerder kon echter in dit specifieke geval geen gegevens verstrekken. Nu de invorderingsambtenaar noch via deze weg, noch anderszins bewijs kon leveren van verzending van het notificatiebericht, oordeelde het hof dat ervan moest worden uitgegaan dat dit bericht niet was verstuurd. Als gevolg daarvan was de belastingplichtige niet tijdig op de hoogte gesteld van de naheffingsaanslag en kon het uitblijven van tijdige betaling hem niet worden aangerekend. Het hof concludeerde dan ook dat de aanmaningskosten ten onrechte in rekening waren gebracht en vernietigde de betreffende beschikking. Daarbij verwees het hof naar de conclusie van advocaat-generaal Pauwels van 6 februari 2026 (ECLI:NL:PHR:2026:152), waaruit blijkt dat dit vraagstuk mogelijk ook aan de Hoge Raad zal worden voorgelegd. Naast de vernietiging van de aanmaningskosten werd de invorderingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten van in totaal € 2.534, waarbij het hof een wegingsfactor van 0,5 hanteerde vanwege het lichte gewicht van de zaak.