JurispRadar
ECLI:NL:CRVB:2026:970Laag18/100

WAO-uitkering opnieuw geweigerd wegens ontbreken nieuwe feiten

ECLI:NL:CRVB:2026:970, Centrale Raad van Beroep, 15-07-2026, 24/1551 WAO-PV

Centrale Raad van BeroepUitspraak: 15 juli 2026Publicatie: 27 juli 2026
Zaaknummer:24/1551 WAO-PV
Bestuursprocesrecht
Socialezekerheidsrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Uwv
Herzieningsverzoek
Wao
Artikel 4 6 Awb
Nova

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Weigering om terug te komen van de weigering om appellant per 3 september 1997 een uitkering op grond van de WAO toe te kennen. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.

Kern van de zaak

Appellant verzoekt al jaren om herziening van de weigering hem per 3 september 1997 een WAO-uitkering toe te kennen. UWV weigerde ook dit herzieningsverzoek uit 2023, omdat de ingediende medische informatie geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevat. Rechtbank en Centrale Raad van Beroep bevestigen dit standpunt.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. De doorslaggevende reden is dat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 lid 2 Awb heeft aangedragen, nu de ingediende medische stukken reeds in eerdere procedures zijn overgelegd.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past volledig binnen bestaande rechtspraak over herhaalde aanvragen en artikel 4:6 Awb; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de zaak heeft uitsluitend individueel belang.

Belangrijkste punten

  • 1Herhaald herzieningsverzoek WAO-uitkering (oorspronkelijke weigering dateert van 1997)
  • 2Geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden ex artikel 4:6 lid 2 Awb
  • 3Ingediende medische informatie was reeds bekend uit eerdere procedures
  • 4CRvB oordeelde in 2021 al dat UWV terecht weigerde terug te komen op eerdere besluitvorming
  • 5In hoger beroep overgelegde stukken leiden niet tot een ander oordeel

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat herhaalde herzieningsverzoeken op grond van artikel 4:6 Awb worden afgewezen als geen sprake is van echte nova; eerder beoordeeld bewijsmateriaal kwalificeert niet als nieuw feit.

Praktische impact

Appellant ontvangt definitief geen WAO-uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1997; verdere herzieningsverzoeken zonder werkelijk nieuwe medische informatie zullen geen kans van slagen hebben.

Onderwerp-impact

In sociale-zekerheidszaken onderstreept dit oordeel dat langdurige herhalingsprocedures zonder nieuwe onderbouwing door bestuursrechters consequent worden gestopt via de nova-drempel van artikel 4:6 Awb.

Samenvatting

Deze zaak betreft een al decennialang slepend geschil over de weigering van het UWV om aan appellant met terugwerkende kracht vanaf 3 september 1997 een WAO-uitkering toe te kennen. Appellant heeft in de loop der jaren meerdere herzieningsverzoeken ingediend, telkens zonder succes. In de procedure die volgde op het herzieningsverzoek van 30 april 2019 oordeelde de Centrale Raad van Beroep op 10 november 2021 al dat het UWV terecht weigerde op de eerdere besluitvorming terug te komen. In 2023 deed appellant opnieuw een herzieningsverzoek, waarbij hij medische informatie indiende ter onderbouwing. Het UWV wees dit verzoek af bij besluit van 31 mei 2023, omdat de overgelegde stukken geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden opleverden in de zin van artikel 4:6 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het bezwaar hiertegen werd bij besluit van 14 september 2023 ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel: de ingediende medische informatie was reeds in eerdere procedures overgelegd en kon daarom niet als novum worden aangemerkt. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep legde appellant aanvullende stukken over, maar ook deze maakten de beoordeling niet anders. De Centrale Raad zag geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak. De juridische kern van de zaak ligt in de toepassing van artikel 4:6 Awb, dat het bestuursorgaan de bevoegdheid geeft een herhaalde aanvraag af te wijzen zonder inhoudelijke heroverweging, indien geen sprake is van echte nova. De uitspraak is een routinematige bevestiging van vaste bestuursrechtelijke jurisprudentie en heeft uitsluitend individueel belang voor appellant.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 3 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1460Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1460, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00512

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1448Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1448, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/02255

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied