ECLI:NL:RVS:2026:638, Raad van State, 04-02-2026, 202500377/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij afzonderlijke besluiten van 24 januari 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming de verzoeken van [dochter A], [dochter B] en [dochter C] (de dochters) om hun geslachtsnaam te wijzigen in [naam], de geslachtsnaam van hun moeder [moeder], toegewezen. De dochters van [appellant] hebben op 22 augustus 2022, toen zij alle drie meerderjarig waren, ieder afzonderlijk de minister verzocht om hun geslachtsnaam te wijzigen van [appellant] naar de naam van hun moeder. De dochters hebben in hun verzoek toegelicht dat zij geen contact meer hebben met hun vader en dat het dragen van zijn achternaam een negatief gevoel geeft. De minister heeft de verzoeken van de drie dochters van [appellant] op 24 januari 2023 in drie afzonderlijke besluiten toegewezen. [appellant] is het hier niet mee eens. Volgens [appellant] is er sprake van ouderverstoting en dat had de minister in de beoordeling van de verzoeken om geslachtsnaamwijziging moeten meewegen. [appellant] stelt dat de minister en ook de rechter te weinig kennis hebben over ouderverstoting en de effecten daarvan op slachtoffers, zodat zij wat hij hierover heeft aangevoerd niet juist hebben beoordeeld bij de beslissing op de verzoeken en zijn beroep daartegen. Ook betoogt hij dat de dochters de verzoeken niet uit vrije wil hebben gedaan, maar dat ze door hun moeder hiertoe zijn aangezet en dat de verzoeken daarom een uiting zijn van ouderverstoting.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.