ECLI:NL:RVS:2026:6091, Raad van State, 14-10-2026, 202602043/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij beslissing van 4 november 2025 heeft de examinator het door [appellant] gemaakte tentamen Inleiding Criminologie met het cijfer 6 beoordeeld. [appellant] volgt de masteropleiding Nederlands recht, specialisatie strafrecht, aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is het niet eens met zijn cijfer voor het vak Inleiding Criminologie en het verloop van de nabespreking van het tentamen voor dit vak. Het CBE heeft de beoordeling in stand gelaten en geconcludeerd dat de inzage en nabespreking van het tentamen voldoende zorgvuldig is verlopen. [appellant] betoogt dat het CBE niet heeft onderkend dat hij recht heeft op een individuele bespreking van het door hem gemaakte tentamen en dat die bespreking moet zijn gericht op het duidelijk maken van onjuistheden of gebreken in de gegeven antwoorden. Hoewel er een individuele bespreking is georganiseerd, was die bespreking niet gericht op het duidelijk maken van onjuistheden of gebreken in de gegeven antwoorden. Het CBE heeft ook niet onderkend dat de examinator uitgewerkte modelantwoorden beschikbaar had moeten stellen. Verder is het CBE ten onrechte voorbijgegaan aan zijn stelling dat de individuele nabespreking maar heel kort heeft geduurd, aldus [appellant].
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.