ECLI:NL:RVS:2026:6089, Raad van State, 14-10-2026, 202602162/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij beslissing van 12 maart 2026 heeft de examencommissie het verzoek van [appellant] om te mogen deelnemen aan de graduation internschip afgewezen. [appellant] volgt de bacheloropleiding International Business aan de HZ University of Applied Sciences (HZ). In het derde studiejaar van deze bacheloropleiding moet in het buitenland een minor met een studielast van 30 ECTS worden gevolgd. Het was de bedoeling van [appellant] om vanaf september 2024 een minor te volgen aan CTU Prague. Vanwege een storm is zijn geplande vlucht naar Praag geannuleerd. [appellant] is ook daarna niet afgereisd naar Praag en hij heeft de minor niet gevolgd. Om aan de graduation internship in het vierde studiejaar van de bacheloropleiding te beginnen, moet de minor uit het derde studiejaar zijn afgerond. [appellant] heeft de examencommissie verzocht om de graduation internship te mogen starten, ondanks dat hij de minor niet heeft afgerond. Hij heeft daarbij een beroep gedaan op de hardheidsclausule. De toepassing van de instroomvoorwaarden voor de graduation internship leidt volgens [appellant] in zijn geval tot onevenredige studievertraging.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.