JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:6040

ECLI:NL:RVS:2026:6040, Raad van State, 02-10-2026, 202603048/1/A3 en 202603048/2/A3

Raad van StateUitspraak: 2 oktober 2026Publicatie: 13 oktober 2026
Procedure:Voorlopige voorziening+bodemzaak
Zaaknummer:202603048/1/A3 en 202603048/2/A3

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 23 september 2026 heeft de burgemeester van Rotterdam op grond van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) aan [verzoeker] een huis- en contactverbod opgelegd voor een periode van tien dagen, eindigend op 3 oktober 2026 om 22:21 uur. [verzoeker] is het niet eens met de oplegging en verlenging van het huis- en contactverbod. [verzoeker] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake is van een dreiging van gevaar of ernstig vermoeden daarvan. [verzoeker] betwist met klem dat hij de gedragingen die ten grondslag liggen aan het huis- en contactverbod heeft begaan. Hij stelt dat hij zijn vrouw niet heeft geslagen. De rechtbank is ten onrechte niet ingegaan op zijn alternatieve verklaring voor de rode vlek en de zwelling op de kaak van zijn vrouw.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

Raad van State·14 okt 2026

ECLI:NL:RVS:2026:6075

~69geschat
Bekijk
Raad van State·14 okt 2026

ECLI:NL:RVS:2026:6088

~65geschat
Bekijk
Raad van State·14 okt 2026

ECLI:NL:RVS:2026:6092

~55geschat
Bekijk
Raad van State·14 okt 2026

ECLI:NL:RVS:2026:6090

~55geschat
Bekijk