JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5109Laag28/100

Watervergunning nieuwe brug over Vecht bij Ommen bevestigd

ECLI:NL:RVS:2026:5109, Raad van State, 09-09-2026, 202301249/1/R1

Raad van StateUitspraak: 9 september 2026Publicatie: 31 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202301249/1/R1
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Vergunningen
Transport
Omgevingswet Overgangsrecht
Waterwet
Watervergunning
Brug Vecht
Waterschap Vechtstromen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 15 december 2020 heeft het dagelijks bestuur van het waterschap Vechtstromen aan de gemeente Ommen een watervergunning verleend voor het realiseren van een brug over de Vecht nabij Junne, inclusief aansluitende infrastructuur en een duikerbrug in/over de vispassage naast de Vecht, gelegen op de percelen kadastraal bekend gemeente Ambt-Ommen, sectie P, nummers 132, 140 en 838, en sectie F, nummer 4084 en 4587, nabij de sluis en stuw in Junne. In de rivier de Vecht ligt, ten noorden van Junne, een stuw met primair een waterstaatkundige functie. Bovenop de stuw ligt een brug die is voorzien van een wegdek met een verkeerskundige functie. Doordat er de afgelopen jaren zwaar verkeer over de brug is gereden, zijn er scheuren in het metselwerk van de stuw ontstaan. In de periode 1998-2017 was het gebruik van de brug alleen toegestaan voor verkeer tot maximaal 3 ton, met een ontheffingsmogelijkheid voor lokaal zwaar verkeer tot maximaal 15 ton. Sinds 2017 is deze ontheffingsmogelijkheid afgeschaft. Om ervoor te zorgen dat al het gemotoriseerde verkeer, waaronder het zwaar verkeer, de Vecht weer kan oversteken, heeft de gemeente Ommen het voornemen een nieuwe brug te realiseren. De nieuwe brug komt op 15 meter afstand van de bestaande brug te liggen.

Kern van de zaak

De gemeente Ommen vroeg een watervergunning aan voor de bouw van een nieuwe brug over de rivier de Vecht, nabij Junne, ter vervanging van een beschadigde stuw-brug die zwaar verkeer niet meer kon dragen. De Stichting en anderen maakten bezwaar en stelden beroep in tegen de verleende vergunning.

Beslissing van de rechter

De Raad van State heeft het beroep van de Stichting en anderen ongegrond verklaard en de watervergunning in stand gelaten. Het dagelijks bestuur van waterschap Vechtstromen had voldoende aangetoond dat met de aan de vergunning verbonden voorschriften de waterhuishouding adequaat wordt gewaarborgd.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een zaak-specifieke toepassing van bekende regels inzake watervergunningverlening en overgangsrecht; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld en de juridische vraagstukken zijn van beperkte algemeenheid.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht: omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 werd ingediend, blijft de Waterwet (oud) van toepassing in plaats van de Omgevingswet.
  • 2De bestaande stuw-brug over de Vecht is beschadigd door jarenlang zwaar verkeer, wat aanleiding gaf tot de vergunningaanvraag voor een nieuwe brug.
  • 3De nieuwe brug wordt op 15 meter afstand van de bestaande stuw-brug gerealiseerd.
  • 4De watervergunning is verleend op grond van artikel 3.2, eerste lid, onder a, van de Keur waterschap Vechtstromen.
  • 5Zowel het bezwaar als het beroep bij de rechtbank zijn reeds ongegrond verklaard; de Raad van State bevestigt dit oordeel.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het overgangsrecht bij de invoering van de Omgevingswet: aanvragen ingediend vóór 1 januari 2024 worden volledig onder het oude Waterwet-regime afgehandeld. Dit biedt rechtszekerheid voor lopende vergunningprocedures.

Praktische impact

De gemeente Ommen kan de bouw van de nieuwe brug over de Vecht voortzetten, waardoor zwaar verkeer de rivier weer veilig kan passeren en de regionale infrastructuur wordt verbeterd.

Onderwerp-impact

Voor vergelijkbare waterstaatkundige projecten waarbij infrastructurele en waterhuishoudkundige belangen samenkomen, bevestigt deze uitspraak dat watervergunningen kunnen worden verleend mits de waterhuishouding afdoende is geborgd via vergunningvoorschriften.

Samenvatting

Deze zaak draait om een watervergunning die waterschap Vechtstromen (dagelijks bestuur) in december 2020 verleende aan de gemeente Ommen voor de aanleg van een nieuwe brug over de rivier de Vecht, nabij Junne. De aanleiding was de slechte staat van de bestaande stuw-brug: jarenlang zwaar verkeer had scheuren veroorzaakt in het metselwerk, waardoor de brug al geruime tijd beperkt toegankelijk was. Sinds 2017 was zelfs de mogelijkheid om ontheffing te verlenen voor zwaar verkeer tot 15 ton afgeschaft. De nieuwe brug, te realiseren op 15 meter afstand van de bestaande constructie, moet de volledige doorgang voor gemotoriseerd verkeer inclusief zwaar transport herstellen. De vergunning is gebaseerd op artikel 3.2, eerste lid, onder a, van de Keur waterschap Vechtstromen. Een stichting en andere belanghebbenden maakten bezwaar, maar het dagelijks bestuur handhaafde de vergunning. Het daarop volgende beroep bij de rechtbank werd ongegrond verklaard. In hoger beroep bij de Raad van State speelt allereerst de overgangsrechtelijke vraag welk recht van toepassing is. Omdat de aanvraag op 24 november 2020 werd ingediend, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, blijft op grond van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet de Waterwet (oud) van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is. De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het dagelijks bestuur heeft met de aan de vergunning verbonden voorschriften afdoende aangetoond dat de zorg voor de waterhuishouding voldoende is gewaarborgd. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking, maar biedt praktische duidelijkheid over het toepasselijke overgangsrecht bij watervergunningen die vóór 2024 zijn aangevraagd.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 12 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·9 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1646

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen gemeente Best

8/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·9 okt 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:29845

Zwaar inreisverbod tien jaar na MDMA-smokkel gehandhaafd

28/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1645

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen gemeente Best

8/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Vastgoed
ECLI:NL:HR:2026:1629

Hoge Raad: geen tariefdifferentiatie binnen OZB-categorieën toegestaan

68/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied