Zwaar inreisverbod tien jaar na MDMA-smokkel gehandhaafd
ECLI:NL:RBDHA:2026:29845, Rechtbank Den Haag, 09-10-2026, NL26.18909
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Zwaar inreisverbod. Artikel 8 EVRM. Ongegrond.
Kern van de zaak
Een man (vermoedelijk Algerijnse nationaliteit, met Portugese verblijfsvergunning) werd op 23 september 2025 betrapt met 4,71 kilo MDMA in zijn auto onderweg naar Frankrijk. Na veroordeling tot twintig maanden gevangenisstraf legde de minister hem een terugkeerbesluit en een zwaar inreisverbod van tien jaar op. Eiser bestreed dit besluit en voerde aan dat zijn gezin (echtgenote en drie minderjarige kinderen) in Frankrijk woont.
Beslissing van de rechter
De rechtbank Den Haag verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het zwaar inreisverbod van tien jaar. Doorslaggevend is dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser een actueel en ernstig gevaar vormt voor de openbare orde, waarbij het gewicht van de drugsmokkel zwaarder weegt dan de aangevoerde persoonlijke omstandigheden.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen vaste lijn van rechtspraak over zware inreisverboden bij ernstige drugscriminaliteit en bevat geen nieuwe rechtsvragen; de impact is beperkt tot de individuele zaak.
Belangrijkste punten
- 1Aantreffen van 4,71 kilo MDMA leidde tot veroordeling van twintig maanden gevangenisstraf door de rechtbank Rotterdam
- 2Minister heeft zwaar inreisverbod van tien jaar opgelegd op grond van gevaar voor de openbare orde
- 3Eiser beriep zich op bescherming van gezins- en familieleven (echtgenote en drie minderjarige kinderen in Frankrijk) en belang van het kind
- 4Beroep op raadpleegprocedure ex artikel 25 SUO en HvJ EU 16 januari 2018 (C-240/17) werd meegewogen maar deed niet af aan rechtmatigheid besluit
- 5Rechtbank oordeelt dat belangenafweging minister stand houdt: openbare ordegevaar weegt zwaarder dan persoonlijke omstandigheden
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat grootschalige drugsmokkel een zwaar inreisverbod rechtvaardigt, ook wanneer de vreemdeling familiebanden in de Schengenruimte heeft en een verblijfsvergunning van een andere lidstaat bezit. De toepassing van artikel 25 SUO en de daarmee verband houdende raadpleegverplichting wordt erkend maar doet niet af aan de bevoegdheid tot opleggen van het inreisverbod.
Praktische impact
Eiser wordt na detentie teruggestuurd naar Algerije en mag tien jaar het Schengengebied niet inreizen, waardoor feitelijk gezinshereniging met zijn in Frankrijk verblijvende echtgenote en minderjarige kinderen voor die periode onmogelijk is.
Onderwerp-impact
In vreemdelingenrechtelijke zaken waarbij EU-burgers of houders van een verblijfsvergunning van een andere lidstaat betrokken zijn bij zware drugscriminaliteit, biedt het gezinsleven geen doorslaggevende bescherming tegen een zwaar inreisverbod.
Samenvatting
Op 23 september 2025 werd in de auto van eiser, die onderweg was naar Frankrijk, 4,71 kilogram MDMA aangetroffen. Eiser, die beschikt over een Portugese verblijfsvergunning en naar eigen zeggen zijn gezin (echtgenote en drie minderjarige kinderen) in Frankrijk heeft, werd op 20 januari 2026 door de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig maanden. De minister vaardigde vervolgens een terugkeerbesluit uit en legde een zwaar inreisverbod op van tien jaar. Eiser stelde in beroep dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat er geen sprake was van een actueel, werkelijk en voldoende ernstig gevaar voor de openbare orde. Hij wees op strafmatigende omstandigheden, goed gedrag in detentie, het ontbreken van concrete recidive-indicaties en het belang van zijn gezin en minderjarige kinderen. Tevens beriep hij zich op de raadpleegprocedure van artikel 25 van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst (SUO) en het arrest van het Hof van Justitie van 16 januari 2018 (ECLI:EU:C:2018:8), stellende dat het inreisverbod artikel 25 SUO illusoir maakt nu hij vanuit detentie niet naar Portugal kan terugkeren. De rechtbank Den Haag oordeelt dat de minister de belangenafweging deugdelijk heeft gemotiveerd. De grootschalige smokkel van een harddrug als MDMA rechtvaardigt zwaar gewicht toe te kennen aan het gevaar voor de openbare orde. De persoonlijke omstandigheden van eiser — zijn gezinssituatie en de belangen van zijn kinderen — zijn meegewogen, maar wegen niet op tegen de ernst van het gepleegde feit. De beroepsgronden met betrekking tot de SUO-raadpleging en het HvJ EU-arrest doen evenmin af aan de rechtmatigheid van het besluit. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het zwaar inreisverbod van tien jaar blijft in stand.