Hoger beroep niet-ontvankelijk na inwilliging asielaanvraag
ECLI:NL:RVS:2025:6238, Raad van State, 24-12-2025, 202405197/1/V3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen (hierna: de asielaanvraag). Bij uitspraak van 16 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R. Deniz, advocaat in Breda, hoger beroep ingesteld. Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de minister de asielaanvraag van appellant ingewilligd.
Kern van de zaak
Een asielzoeker stelde beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Raad van State. Hangende het hoger beroep wees de minister de asielaanvraag alsnog in bij besluit van 6 februari 2025.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen belang meer heeft nu zijn asielaanvraag is ingewilligd. De minister wordt desondanks veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 1.360,50, omdat het besluit alsnog nemen hangende het hoger beroep wordt aangemerkt als tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb.
Impactscore
LaagDe uitspraak past een vaste, reeds uitgekristalliseerde jurisprudentielijn toe zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden of fundamentele regels te stellen; de zaak is enkelvoudig afgedaan.
Belangrijkste punten
- 1Hoger beroep tegen niet-tijdig-beslissen vervalt bij procesbelang zodra het gevraagde besluit alsnog wordt genomen.
- 2Het alsnog nemen van een besluit hangende (hoger) beroep geldt als tegemoetkomen ex artikel 8:75a Awb, wat aanleiding geeft tot proceskostenveroordeling.
- 3Wegingsfactor 0,5 wordt toegepast voor het beroepschrift (uitsluitend niet tijdig beslissen) en factor 1 voor het hogerberoepschrift (geldigheid ingebrekestelling).
- 4De proceskostenveroordeling bedraagt € 1.360,50, geheel toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
- 5Vaste jurisprudentielijn van de Afdeling bevestigd: inwilliging hangende procedure maakt hoger beroep niet-ontvankelijk maar rechtvaardigt wel proceskostenvergoeding.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn van de Afdeling dat het alsnog nemen van een besluit hangende (hoger) beroep tegen niet tijdig beslissen procesbelang doet vervallen, maar als tegemoetkomen kwalificeert voor proceskostenveroordeling. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord.
Praktische impact
Voor asielzoekers betekent dit dat een succesvol besluit op de aanvraag hangende de procedure de rechtsgang sluit, maar dat gemaakte proceskosten voor rechtsbijstand toch worden vergoed door de minister.
Onderwerp-impact
In asiel- en migratiezaken onderstreept deze uitspraak het belang van tijdig beslissen door de minister: te laat handelen leidt ook bij uiteindelijke inwilliging tot een proceskostenveroordeling.
Samenvatting
In deze zaak had een asielzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank wegens het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk, waarop appellant in hoger beroep ging bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De centrale klacht luidde dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard. Hangende het hoger beroep nam de minister van Asiel en Migratie alsnog een besluit op de asielaanvraag en willigde deze in bij besluit van 6 februari 2025. De Afdeling stelt vast dat appellant daarmee geen belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep: het beroep tegen niet tijdig beslissen diende immers als drukmiddel om een besluit uit te lokken, en dat doel is bereikt. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard, onder verwijzing naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2025:875). Toch dient de vraag naar proceskosten te worden beantwoord. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling geldt het alsnog nemen van een besluit hangende het beroep of hoger beroep als tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb, hetgeen aanleiding geeft de minister in de proceskosten te veroordelen. De Afdeling past daarbij gedifferentieerde wegingsfactoren toe: factor 0,5 voor het beroepschrift (uitsluitend gericht op niet tijdig beslissen) en factor 1 voor het hogerberoepschrift (dat de geldigheid van de ingebrekestelling betrof). De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 1.360,50 aan proceskosten, volledig toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak voegt geen nieuwe rechtsvragen toe maar bevestigt een uitgekristalliseerde jurisprudentielijn over procesbelang en proceskostenvergoeding bij niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken.