ECLI:NL:RBZWB:2026:6509, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-07-2026, BRE 25/3541
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)8:55 verzet gegrond: belanghebbende heeft in zijn verzetschrift aangegeven waarom hij van mening is dat het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Belanghebbende heeft ter zitting nader toelichting gegeven over zijn ziektebeeld. De aard en ernst van zijn klachten worden bovendien ondersteund door de zich in het dossier bevindende stukken. Belanghebbende heeft ter zitting aangevoerd dat hij zo spoedig mogelijk het bezwaarschrift heeft ingediend als redelijkwijs kon worden verlangd. De rechtbank is van oordeel dat gelet op hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd er ten onrechte uitspraak is gedaan met toepassing van artikel 8:54 van de Awb. Het verzet is daarom gegrond. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:55, tiende lid, van de Awb tevens uitspraak te doen op het beroep van belanghebbende, nu nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak en partijen in de gelegenheid zijn gesteld om op de zitting te worden gehoord. In beroep is in geschil of het bezwaar van belanghebbende terecht niet-ontvankelijk is verklaard vanwege de termijnoverschrijding. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het beroep van belanghebbende is tevens gegrond. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd. Het bezwaarschrift is ontvankelijk. De rechtbank wijst de zaak terug naar de inspecteur voor een inhoudelijke behandeling van het bezwaarschrift.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.