JurispRadar
ECLI:NL:RBZWB:2026:6505Laag5/100

ECLI:NL:RBZWB:2026:6505, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-07-2026, BRE 24/7936, 24/7937 en 25/6624

Rechtbank Zeeland-West-BrabantUitspraak: 21 juli 2026Publicatie: 16 juli 2026
Zaaknummer:BRE 24/7936, 24/7937 en 25/6624

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

8:55 Verzet ongegrond: belanghebbende is van mening dat de rechtbank ten onrechte geoordeeld heeft dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. In het verzetschrift zijn diverse omstandigheden waarom het bezwaarschrift verschoonbaar te laat is. De rechtbank is van oordeel dat de overschrijding van de bezwaartermijn in dit geval niet verschoonbaar is. De stelling van belanghebbende is niet met stukken onderbouwd. Belanghebbende heeft daarnaast niet inzichtelijk gemaakt dat hij zo spoedig als redelijkerwijs van hem kon worden verlangd bezwaar heeft ingediend. De door belanghebbende aangehaalde uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven leidt op zichzelf niet tot de conclusie dat het oordeel van de rechtbank onjuist is.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26709Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26709, Rechtbank Den Haag, 14-09-2026, NL26.23882

Rechtbank Den Haag14 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26727Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26727, Rechtbank Den Haag, 14-09-2026, NL26.50860

Rechtbank Den Haag14 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26708Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26708, Rechtbank Den Haag, 14-09-2026, NL26.23881

Rechtbank Den Haag14 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBAMS:2026:9171Laag

ECLI:NL:RBAMS:2026:9171, Rechtbank Amsterdam, 14-09-2026, AMS 26 / 604 ea

Rechtbank Amsterdam14 sep 2026
5/100Bekijk