ECLI:NL:RBZWB:2026:5272, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-06-2026, BRE 20/10073
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Belanghebbende is een bedrijfspensioenfonds en voert pensioenregelingen uit voor (voormalige) werknemers. In geschil is of de belanghebbende kan worden aangemerkt als ‘een ter collectieve belegging bijeengebracht vermogen’ en of de door haar verrichte diensten daarom zijn vrijgesteld van omzetbelasting. Meer specifiek houdt partijen verdeeld of de deelnemers van de pensioenregelingen het beleggingsrisico dragen. De rechtbank is van oordeel dat de pensioenrechten en -uitkeringen in ruime mate vooraf kunnen worden bepaald op basis van het pensioengevend inkomen en het aantal dienstjaren. Het opbouwpercentage betreft op grond van de pensioenreglementen een vast percentage van de pensioengrondslag en is daarmee niet direct afhankelijk van de behaalde beleggingsresultaten. Dat het opbouwpercentage onder omstandigheden kan worden verlaagd, doet hieraan niet af. Ook de mogelijkheid om de pensioenrechten en -uitkeringen op basis van de beleidsdekkingsgraad te verlagen of te verhogen, leidt niet tot een ander oordeel. De door belanghebbende gehanteerde rentetermijnstructuur, die wordt gebruikt bij de waardering van de pensioenrechten en de bepaling van de beleidsdekkingsgraad, houdt namelijk geen direct verband met de behaalde beleggingsresultaten. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de deelnemers het beleggingsrisico dragen. Dit betekent dat de door belanghebbende verrichte diensten niet zijn vrijgesteld van omzetbelasting. Belanghebbende heeft dus geen recht op teruggaaf van omzetbelasting.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.