ECLI:NL:RBROT:2026:8855, Rechtbank Rotterdam, 22-07-2026, C/10/713212 / HA ZA 26-54
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Eiseres vordert in de dagvaarding in de hoofdzaak een verklaring voor recht (a) dat het levenstestament van haar echtgenoot nietig is en (b) dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld door hun betrokkenheid bij de totstandkoming van dat levenstestament. Ook stelt eiseres in de dagvaarding een incidentele vordering in tot afgifte van stukken waarop bewijsbeslag is gelegd. Nadat de rechtbank eerst heeft geoordeeld in de hoofdzaak dat (a) moet worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, begint zij daarna pas met de beoordeling van de incidentele vordering. Art. 209 Rv. Art. 194-195 Rv. Eiseres heeft op zichzelf genomen recht op inzage in de stukken, maar allereerst moet worden beoordeeld of er geen stukken zijn die vallen onder het verschoningsrecht van de notaris. Daarom bepaalt de rechtbank een nieuwe mondelinge behandeling waarvoor ook de notaris en de bewaarder van de in beslag genomen gegevens worden uitgenodigd.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.