ECLI:NL:RBNNE:2026:2625, Rechtbank Noord-Nederland, 18-06-2026, LEE 25/3336, LEE 25/3337
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Eiser had in het verleden een rekening-courant schuld aan zijn B.V. en had in privé een vordering op zijn zoon. Om de rekening-courant schuld aan de B.V. af te lossen, is de vordering op de zoon ingebracht in de B.V. Eisers stellen dat deze inbreng nietig was omdat het hypotheekrecht op de vordering niet aan de B.V. is overgedragen. Volgens eisers moet dit worden teruggedraaid, waardoor de rente wordt teruggeboekt en het vermogen van de B.V. lager wordt en hiermee ook de dividenduitkering in 2021. De inspecteur stelt dat de aanslagen niet tot te hoge bedragen zijn vastgesteld. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat er gebreken hebben gekleefd aan de overdracht van de vordering aan de B.V. en ziet geen aanleiding om tot het oordeel te komen dat de belastbare inkomens uit aanmerkelijk belang te hoog zijn vastgesteld.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.