Rechter verplicht minister tot beslissen op nareisaanvraag asiel
ECLI:NL:RBDHA:2026:30076, Rechtbank Den Haag, 25-08-2026, NL26.30508
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraagom een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel en een mvv voor verblijf voor gezinshereniging nareis asiel – artikel 8 EVRM Dictum: Gegrond
Kern van de zaak
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging/nareis asiel. De minister heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn (90 dagen, verlengd met drie maanden) een besluit genomen. Eiseres heeft de minister in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank.
Beslissing van de rechter
Het beroep is gegrond verklaard: de rechtbank vernietigt het fictieve weigeringsbesluit wegens het niet tijdig beslissen en draagt de minister op binnen acht weken een besluit te nemen (of bij nader onderzoek binnen twintig weken). Doorslaggevend is dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en de minister geen verweerschrift heeft ingediend, waardoor onduidelijk is wanneer alsnog zal worden beslist.
Impactscore
LaagHet betreft een standaard niet-tijdig-beslissen-uitspraak in een individuele nareiszaak, waarbij een reeds bestaande lijn (Arnhem 2023) wordt toegepast. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de impact beperkt zich tot de individuele zaak.
Belangrijkste punten
- 1De beslistermijn van 90 dagen (verlengbaar met drie maanden) voor aanvragen vóór 28 maart 2025 is overschreden.
- 2Eiseres heeft een rechtsgeldige ingebrekestelling verzonden en meer dan twee weken daarna beroep ingesteld.
- 3De rechtbank past de uitgangspunten toe van de uitspraak van 17 maart 2023 (zittingsplaats Arnhem) voor nareisaanvragen als bijzonder geval bij het opleggen van een nadere beslistermijn.
- 4De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor geen zicht bestaat op het tijdstip van beslissen.
- 5Bij niet-naleven geldt een dwangsom van € 50,- per dag dat de minister in gebreke blijft.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van de Arnhemse lijn (uitspraak 17 maart 2023) bij nareisaanvragen asiel, waarbij een ruimere beslistermijn van acht of twintig weken geldt als bijzondere omstandigheid ten opzichte van de standaard twee weken. Dit biedt een vaste systematiek voor beslistermijnen bij nareis-mvv-procedures.
Praktische impact
Eiseres krijgt zekerheid dat de minister binnen acht (of bij nader onderzoek twintig) weken een besluit moet nemen, met een financiële prikkel via de dwangsom van € 50,- per dag. Gezinshereniging kan hierdoor eerder worden gerealiseerd of afgewezen.
Onderwerp-impact
In vreemdelingenzaken rondom nareis asiel en gezinshereniging onderstreept deze uitspraak het belang van tijdige besluitvorming door de IND en de rechtsbescherming via de beroepsprocedure wegens niet tijdig beslissen.
Samenvatting
In deze zaak heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging/nareis asiel op grond van artikel 8 EVRM. De minister heeft niet binnen de geldende beslistermijn van 90 dagen — verlengd met drie maanden op grond van een uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2025:5787) — een besluit genomen. Eiseres heeft de minister schriftelijk in gebreke gesteld en, nadat twee weken waren verstreken zonder besluit, beroep ingesteld bij de Rechtbank Den Haag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig is gedaan, zodat het beroep ontvankelijk en gegrond is. Het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd. Voor de op te leggen beslistermijn wijkt de rechtbank af van de standaard twee weken, omdat nareisaanvragen als bijzonder geval worden aangemerkt. Zij past daarvoor de uitgangspunten toe die zijn geformuleerd in de uitspraak van 17 maart 2023 van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem. Nu de minister geen verweerschrift heeft ingediend en onduidelijk is wanneer besloten zal worden, acht de rechtbank een termijn van acht weken passend. Indien de minister besluit tot nader onderzoek en dit tijdig aan eiseres meedeelt, geldt een termijn van twintig weken. Om naleving te waarborgen, wordt een dwangsom opgelegd van € 50,- per dag dat de minister na afloop van de gestelde termijn in gebreke blijft. De uitspraak is zonder zitting gedaan op grond van artikel 8:54 Awb. De zaak heeft geen nieuwe rechtsvragen beantwoord, maar bevestigt de bestaande praktijk bij nareis-mvv-zaken.