JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:30075Laag18/100

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op nareisaanvraag

ECLI:NL:RBDHA:2026:30075, Rechtbank Den Haag, 25-08-2026, NL26.29754

Rechtbank Den HaagUitspraak: 25 augustus 2026Publicatie: 12 oktober 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL26.29754
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Niet Tijdig Beslissen
Dwangsom
Gezinshereniging
Nareis Asiel
Mvv

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel en een mvv voor verblijf voor gezinshereniging nareis asiel – artikel 8 EVRM (de aanvraag). Dictum: Gegrond

Kern van de zaak

Een eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging/nareis asiel. De minister heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn een besluit genomen. Eiseres heeft de minister in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld bij de Rechtbank Den Haag.

Beslissing van de rechter

Het beroep is gegrond verklaard wegens het niet tijdig nemen van een besluit door de minister. De rechtbank draagt de minister op binnen acht weken een besluit bekend te maken, dan wel nader onderzoek aan te bieden, met een dwangsom van € 50,- per dag bij overschrijding.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een routinematige uitspraak over niet tijdig beslissen in een individuele nareiszaak, zonder nieuwe rechtsvragen. De uitkomst is in lijn met vaste jurisprudentie en beleid.

Belangrijkste punten

  • 1De wettelijke beslistermijn van 90 dagen (verlengd met drie maanden) was overschreden bij een nareisaanvraag ingediend vóór 28 maart 2025.
  • 2Eiseres heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en na twee weken beroep ingesteld conform artikel 6:12 Awb.
  • 3De rechtbank past bijzondere termijnen toe voor nareiszaken, conform de uitspraak van 17 maart 2023 van zittingsplaats Arnhem.
  • 4De minister krijgt acht weken om een besluit te nemen, of twintig weken indien nader onderzoek wordt aangeboden.
  • 5Bij verdere niet-nakoming verbeurt de minister een dwangsom van € 50,- per dag.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn in nareiszaken dat bijzondere termijnen gelden bij het opleggen van een nadere beslistermijn na gegrondverklaring van een beroep wegens niet tijdig beslissen. De verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2025:5787 betreft de toepasselijke beslistermijnen voor aanvragen ingediend vóór 28 maart 2025.

Praktische impact

Eiseres krijgt binnen maximaal twintig weken duidelijkheid over haar nareisaanvraag, en heeft een financieel drukmiddel (dwangsom) om naleving te bewerkstelligen. De minister moet actief handelen om verdere dwangsomverbeuring te voorkomen.

Onderwerp-impact

In het vreemdelingenrecht en specifiek de nareispraktijk bevestigt deze uitspraak dat rechtbanken actief optreden bij overschrijding van beslistermijnen, met passende dwangsomregelingen afgestemd op de complexiteit van nareiszaken.

Samenvatting

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een beroep wegens het niet tijdig beslissen op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging/nareis asiel. Eiseres had de aanvraag ingediend vóór 28 maart 2025, waarvoor een beslistermijn van 90 dagen geldt, die door de minister rechtsgeldig is verlengd met drie maanden. Desondanks werd binnen de verlengde termijn geen besluit genomen. Eiseres heeft de minister vervolgens schriftelijk in gebreke gesteld, en na het verstrijken van twee weken zonder beslissing beroep ingesteld bij de rechtbank, conform de vereisten van artikel 6:2 en 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is overschreden en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was, waardoor het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. In lijn met de uitspraak van 17 maart 2023 van zittingsplaats Arnhem, die bijzondere uitgangspunten formuleert voor nareiszaken, heeft de rechtbank een termijn van acht weken opgelegd waarbinnen de minister een besluit moet nemen. Als de minister ervoor kiest nader onderzoek aan te bieden, geldt een verlengde termijn van twintig weken. Eiseres is vrijgesteld van griffierecht omdat zij heeft aangetoond aan de daarvoor gestelde voorwaarden te voldoen. Om naleving te waarborgen, is een dwangsom van € 50,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister na de gestelde termijn in gebreke blijft. De uitspraak is gedaan zonder zitting, op grond van artikel 8:54 Awb. Het betreft een toepassing van bestaande jurisprudentie en vaste praktijk in nareiszaken, zonder nieuwe rechtsvragen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 12 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·9 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1646

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen gemeente Best

8/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·9 okt 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:29845

Zwaar inreisverbod tien jaar na MDMA-smokkel gehandhaafd

28/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1645

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen gemeente Best

8/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Vastgoed
ECLI:NL:HR:2026:1629

Hoge Raad: geen tariefdifferentiatie binnen OZB-categorieën toegestaan

68/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied