JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:29741Laag12/100

Asielaanvraag Algerijn afgewezen wegens ontbreken beschermingsgrond

ECLI:NL:RBDHA:2026:29741, Rechtbank Den Haag, 07-10-2026, NL26.50291 (beroep) en NL26.50292 (verzoek om een voorlopige voorziening)

Rechtbank Den HaagUitspraak: 7 oktober 2026Publicatie: 8 oktober 2026
Zaaknummer:NL26.50291 (beroep) en NL26.50292 (verzoek om een voorlopige voorziening)
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Mensenrechten
Overheid
Artikel 3 Evrm
Asielaanvraag
Inreisverbod
Kennelijk Ongegrond
Algerije

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Eiser komt uit Algerije. Hij heeft om asiel gevraagd. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen. Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij voert aan dat hij bij terugkeer naar Algerije een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. De omstandigheden in Algerije zijn dusdanig slecht dat eiser daar geen zicht heeft op een menswaardig bestaan. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Algerije een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser dan ook terecht afgewezen. Het beroep van eiser is daarom ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit heeft.

Kern van de zaak

Een Algerijnse man (geboren 1994) vroeg asiel aan in Nederland. Hij stelde problemen te hebben met de Algerijnse overheid en politie vanwege kleine vergrijpen (drugsgebruik, rijden zonder rijbewijs) en betere toekomstperspectieven in Nederland te zoeken. Verweerder (IND) wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond.

Beslissing van de rechter

Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen. De doorslaggevende reden is dat normale strafvervolging voor commune delicten (drugsgebruik, rijden zonder rijbewijs) niet valt onder het Vluchtelingenverdrag en geen reëel risico op ernstige schade ex artikel 3 EVRM oplevert; de economische motieven en algemene leefomstandigheden zijn evenmin voldoende beschermingsgrond.

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele, feitelijk gemotiveerde beslissing van de rechtbank Den Haag in een standaard asielzaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is in lijn met vaste jurisprudentie.

Belangrijkste punten

  • 1Enige relevante asielmotief was eisers identiteit, nationaliteit en herkomst – door verweerder geloofwaardig bevonden maar onvoldoende voor bescherming.
  • 2Strafvervolging voor commune delicten (drugsgebruik, rijden zonder rijbewijs) valt niet onder het Vluchtelingenverdrag en levert geen verband op met vervolgingsgronden.
  • 3Geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Algerije vastgesteld.
  • 4Economische motieven en slechte algemene leef- en woonomstandigheden in Algerije vormen geen asielmotief.
  • 5IND legde naast de afwijzing ook een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor twee jaar op.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat commune strafvervolging en economische motieven geen beschermingsgrond vormen onder het Vluchtelingenverdrag of artikel 3 EVRM. Er is geen nieuw juridisch precedent gesteld.

Praktische impact

Eiser dient terug te keren naar Algerije en heeft gedurende twee jaar een inreisverbod. Er worden geen proceskosten vergoed.

Onderwerp-impact

De uitspraak onderstreept dat Algerijnse asielzoekers die enkel gewone strafrechtelijke problemen en economische beweegredenen aanvoeren, in Nederland geen bescherming zullen krijgen.

Samenvatting

Een Algerijnse man van 32 jaar vroeg in Nederland asiel aan en legde aan zijn aanvraag meerdere motieven ten grondslag: problemen met de Algerijnse overheid en politie wegens kleine strafbare feiten zoals drugsgebruik en rijden zonder rijbewijs, alsmede slechte economische omstandigheden en beperkte toekomstperspectieven in Algerije. De IND (verweerder) erkende zijn identiteit, nationaliteit en herkomst als het enige relevante asielmotief en achtte dit geloofwaardig, maar wees de aanvraag desondanks af als kennelijk ongegrond. Naar het oordeel van verweerder valt normale strafvervolging voor commune delicten buiten de werkingssfeer van het Vluchtelingenverdrag en levert deze geen risico op ernstige schade op in de zin van artikel 3 EVRM. Eiser ontving tevens een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor twee jaar. Eiser stelde in beroep dat hij bij gedwongen terugkeer een reëel risico loopt op een met artikel 3 EVRM strijdige behandeling, onder verwijzing naar slechte leef- en woonomstandigheden in Algerije en schendingen van mensenrechten aldaar. De rechtbank Den Haag volgde dit betoog niet. De rechtbank oordeelde dat eisers asielmotief – strafvervolging voor drugsgebruik en rijden zonder rijbewijs – geen verband houdt met een van de vervolgingsgronden van het Vluchtelingenverdrag en dat dergelijke commune delicten evenmin een raakvlak hebben met ernstige schade. Algemene leef- en woonomstandigheden en economische motieven zijn onvoldoende om bescherming te verkrijgen. Een reëel en individueel risico op een artikel 3 EVRM-schending bij terugkeer werd niet aangetoond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen, nu het beroep inhoudelijk is beslecht. Proceskosten worden niet vergoed. De uitspraak past volledig binnen de bestaande jurisprudentie en stelt geen nieuwe rechtsvragen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·9 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1646

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen gemeente Best

8/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1645

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen gemeente Best

8/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5928

Woningbouw bij bedrijventerrein vernietigd wegens geurcontour

38/100Bekijk
Raad van State·7 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5716

Raad van State vernietigt Woo-besluit over NVWA-handhavingsverzoek

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen