ECLI:NL:RBDHA:2026:16959, Rechtbank Den Haag, 17-03-2026, C/09/698812 / KG ZA 26-113
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Kort geding. Primaire vordering tot nakoming vaststellingsovereenkomst afgewezen. Uit door partijen gewisselde correspondentie kan niet worden afgeleid dat tussen eiser en de Staat een bindende vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen. In subsidiaire vordering tot voorschot op schadevergoeding is eiser niet-ontvankelijk omdat hij verkeerde partij heeft gedagvaard (Staat der Nederlanden ipv Ontvanger van de Belastingdienst). Uit oogpunt van proceseconomie en doelmatige van inzet van gemeenschapsmiddelen acht de voorzieningenrechter het onwenselijk als een nieuw kort geding tegen de Ontvanger zal volgen. Daarom aanleiding om (ten overvloede) een inhoudelijk oordeel te geven over de subsidiaire vordering. Geen grond voor toewijzing van die vordering. Tot slot ook vordering om Staat te veroordelen persoonsgegevens ingeschakelde expert aan eiser te verstrekken afgewezen.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.