JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:16959Laag14/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:16959, Rechtbank Den Haag, 17-03-2026, C/09/698812 / KG ZA 26-113

Rechtbank Den HaagUitspraak: 17 maart 2026Publicatie: 22 juni 2026
Zaaknummer:C/09/698812 / KG ZA 26-113

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Kort geding. Primaire vordering tot nakoming vaststellingsovereenkomst afgewezen. Uit door partijen gewisselde correspondentie kan niet worden afgeleid dat tussen eiser en de Staat een bindende vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen. In subsidiaire vordering tot voorschot op schadevergoeding is eiser niet-ontvankelijk omdat hij verkeerde partij heeft gedagvaard (Staat der Nederlanden ipv Ontvanger van de Belastingdienst). Uit oogpunt van proceseconomie en doelmatige van inzet van gemeenschapsmiddelen acht de voorzieningenrechter het onwenselijk als een nieuw kort geding tegen de Ontvanger zal volgen. Daarom aanleiding om (ten overvloede) een inhoudelijk oordeel te geven over de subsidiaire vordering. Geen grond voor toewijzing van die vordering. Tot slot ook vordering om Staat te veroordelen persoonsgegevens ingeschakelde expert aan eiser te verstrekken afgewezen.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:CBB:2026:323

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026
~40geschat
Bekijk
~5geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19384

ECLI:NL:RBDHA:2026:19384, Rechtbank Den Haag, 13-07-2026, NL26.36349

Rechtbank Den Haag13 jul 2026
~5geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19375

ECLI:NL:RBDHA:2026:19375, Rechtbank Den Haag, 13-07-2026, NL26.3974

Rechtbank Den Haag13 jul 2026
~5geschat
Bekijk