ECLI:NL:RBDHA:2025:20847, Rechtbank Den Haag, 06-11-2025, NL25.24876
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Asiel ongegrond. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht gesteld dat niet is gebleken dat eiseres alles heeft ondernomen wat redelijkerwijs van haar kan worden gevraagd om haar identiteit, nationaliteit en herkomst aan te tonen. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling4 volgt dat om bewijsnood aan te nemen, aangetoond moet worden dat al het mogelijke is gedaan om in het bezit te komen van de gevraagde documenten. De rechtbank stelt voorop dat uit Afdelingsjurisprudentie volgt dat bij de beoordeling van het asielverzoek, aan de aannemelijkheid van de identiteit en nationaliteit evenwel een ander gewicht toekomt dan bij de beoordeling van het Chavez-Vilchez verblijfsrecht. De minister mag aan het gegeven dat onduidelijkheid bestaat over de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling niet altijd een doorslaggevende betekenis toekennen. De rechtbank is – onder verwijzing naar r.o. 4.3. - echter van oordeel dat de minister dit in het specifieke geval van eiseres wel heeft kunnen doen, nu eiseres onvoldoende inspanningen heeft verricht om haar identiteit en nationaliteit aannemelijk te maken. Niet is gebleken dat eiseres deze inspanningen niet zou kunnen verrichten. Er mogen derhalve, zoals reeds geoordeeld, meer inspanningen van eiseres worden verwacht om haar identiteit en nationaliteit aannemelijk te maken. In dat licht bezien heeft de minister ook geen DNA-test hoeven aanbieden.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.