ECLI:NL:RBAMS:2026:7783, Rechtbank Amsterdam, 02-06-2026, AWB 24/6855
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Wav-boetezaak. De minister heeft voor twee vreemdelingen aangenomen dat eiseres de Wav heeft overtreden en een boete opgelegd van € 24.000,-. De rechtbank is van oordeel dat de minister op goede gronden heeft geconcludeerd dat eiseres een overtreding heeft begaan in de zin van de Wav. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister terecht is uitgegaan van grote schuld en recidive. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de hoogte van de boete evenredig is. Tot slot is de rechtbank ambtshalve van oordeel dat de redelijke termijn is overschreden waardoor het boetebedrag met 5% wordt verlaagd naar € 22.800,-. Het beroep is gegrond. De minister hoeft, nu het beroep alleen gegrond is doordat de rechtbank ambtshalve heeft geconstateerd dat de redelijke termijn is overschreden, geen proceskosten te vergoeden. Wel veroordeelt de rechtbank de minister in de door eiseres gemaakte griffiekosten.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.