ECLI:NL:RBAMS:2026:6061, Rechtbank Amsterdam, 09-06-2026, 11952709 \ CV EXPL 25-15259
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Verzetprocedure. Gedaagden zijn met eiseres een overeenkomst aangegaan, waarbij eiseres zich, tegen een maandelijkse vergoeding, verplicht om bij overlijden onder andere de uitvaart te verzorgen. Gedaagden hebben de overeenkomst beëindigd en de betaalde vergoedingen als afkoopsom gevorderd. Die vordering is bij verstek toegewezen. Eiseres is tegen die beslissing in verzet gekomen. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een uitvaartverzekering in natura en daarvoor geldt geen recht van afkoop. De kantonrechter verklaart het verzet daarom gegrond en vernietigt het verstekvonnis. Dit betekent dat gedaagden de bij verstek toegewezen bedragen aan eiseres terug moeten betalen, met kosten.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.