Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbrekende machtiging gemachtigde
ECLI:NL:GHSHE:2025:2911, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-10-2025, 25/820
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet overleggen recente machtiging.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige liet zich in hoger beroep vertegenwoordigen door kantoor [naam kantoor 1], terwijl de oorspronkelijke machtiging was verleend aan [naam kantoor 2]. Het hof twijfelde aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de gestelde gemachtigde, mede gezien het tijdsverloop en eerdere twijfels in vergelijkbare zaken. Het geschil in hoger beroep betrof uitsluitend een kostenvergoeding voor de bezwaarfase.
Beslissing van de rechter
Het hof heeft de gestelde gemachtigde verzocht een deugdelijke machtiging over te leggen om het verzuim te herstellen; de beoordeling van de ontvankelijkheid staat nog open. De doorslaggevende reden is de gerede twijfel aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [naam kantoor 1], nu de oorspronkelijke machtiging was afgegeven aan [naam kantoor 2] en in meerdere andere zaken soortgelijke problemen zijn gerezen.
Impactscore
LaagDe zaak betreft een procedurele ontvankelijkheidskwestie in een individueel belastinggeschil over een kostenvergoeding in bezwaar; de rechtsvraag is niet nieuw maar de toepassing is illustratief voor een praktisch probleem bij belastingadvieskantoren.
Belangrijkste punten
- 1Op grond van art. 8:24 lid 2 jo. art. 8:108 lid 1 Awb kan de rechter een schriftelijke machtiging verlangen van een niet-advocaat gemachtigde.
- 2Twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid ten tijde van het instellen van hoger beroep rechtvaardigt het verlangen van een nieuwe of aanvullende machtiging.
- 3De machtiging was oorspronkelijk verleend aan [naam kantoor 2], terwijl [naam kantoor 1] als gemachtigde optrad, wat aanleiding gaf tot twijfel.
- 4In diverse andere zaken met [naam kantoor 1] als gestelde gemachtigde zijn eerder soortgelijke twijfels gerezen over de bevoegdheid.
- 5Het hof heeft een hersteltermijn van vier weken geboden; de overgelegde volmacht van [naam kantoor 2] aan [naam kantoor 1] poogt het verzuim te repareren.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat rechters actief mogen toetsen op vertegenwoordigingsbevoegdheid bij niet-advocaat gemachtigden, ook als reeds een eerdere machtiging is overgelegd, wanneer er concrete aanwijzingen zijn voor twijfel. Dit stelt duidelijke eisen aan de doorgifte van machtigingen tussen belastingadvieskantoren onderling.
Praktische impact
Belastingplichtigen en belastingadvieskantoren dienen bij overdracht van dossiers tussen kantoren of medewerkers te zorgen voor expliciete, gedateerde doorvolmachtigingen om ontvankelijkheidsproblemen in (hoger) beroep te voorkomen. Ontbreekt een deugdelijke machtigingsketen, dan riskeert de belanghebbende niet-ontvankelijkverklaring.
Onderwerp-impact
In het belastingrecht, waar procederen via gemachtigden (niet-advocaten) gangbaar is, onderstreept deze zaak het belang van zorgvuldige dossieroverdracht en schriftelijke volmachtverlening bij wisseling van adviseur of kantoor.
Samenvatting
In deze belastingprocedure voor het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat de ontvankelijkheid van het hoger beroep centraal. De belanghebbende werd in hoger beroep vertegenwoordigd door [naam kantoor 1], terwijl de oorspronkelijke machtiging in 2023 was verstrekt aan medewerkers van [naam kantoor 2]. Gelet op dit verschil in gemachtigde, het tijdsverloop van ruim twee jaar tussen de machtigingsdatum en het instellen van hoger beroep, en het feit dat in meerdere andere zaken twijfels waren gerezen over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [naam kantoor 1], zag het hof aanleiding om op grond van artikel 8:24 lid 2 jo. artikel 8:108 lid 1 Awb een aanvullende machtiging te verlangen. De wetsbepaling staat toe dat de bestuursrechter, ook als eerder een machtiging is overgelegd, een nieuwe machtiging eist wanneer er gegronde twijfel bestaat aan de bevoegdheid van de gestelde gemachtigde op het moment van het instellen van het (hoger) beroep. Het hof heeft de gestelde gemachtigde een hersteltermijn van vier weken gegund. In reactie hierop is een volmacht overgelegd waarbij [naam kantoor 2] uitdrukkelijk [naam kantoor 1] machtigt om de (hoger)beroepsprocedure te voeren met betrekking tot het belastingjaar 2023, gebaseerd op de eerder door de belastingplichtige verleende machtiging aan [naam kantoor 2]. Het inhoudelijke geschil in hoger beroep is beperkt tot de vraag of de belanghebbende recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. De zaak illustreert de praktische risico's die ontstaan wanneer belastingadviesdossiers worden overgedragen tussen kantoren zonder expliciete, schriftelijke doorvolmachtiging, en benadrukt het belang van een sluitende machtigingsketen voor een ontvankelijk (hoger) beroep.