ECLI:NL:GHARL:2026:2404Laag15/100
ECLI:NL:GHARL:2026:2404, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-04-2026, 200.363.436
InstantieUitspraak: 21 april 2026Publicatie: 22 april 2026
Procedure:Hoger beroep kort geding
Zaaknummer:200.363.436
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Spoedeisend belang. Partijen zijn gescheiden in 2016 en moeten nog steeds een tot de huwelijksvermogensgemeenschap behorende onroerende zaak in Italië verdelen. De man vordert medewerking van de vrouw aan de akte van levering. De vrouw wil pas meewerken als de conceptakte op punten is aangepast. Het hof komt tot de conclusie dat de zaak zich niet leent voor een beslissing in kort geding.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.
Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraakRecente uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:19430Laag
ECLI:NL:RBDHA:2026:19430, Rechtbank Den Haag, 14-07-2026, NL26.9174
Rechtbank Den Haag14 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232
College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19432Laag
ECLI:NL:RBDHA:2026:19432, Rechtbank Den Haag, 14-07-2026, NL25.9055
Rechtbank Den Haag14 jul 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19453Laag
ECLI:NL:RBDHA:2026:19453, Rechtbank Den Haag, 14-07-2026, NL26.8813
Rechtbank Den Haag14 jul 2026
5/100Bekijk