UWV weigert kwijtschelding schulden toeslagengedupeerde wegens fraude
ECLI:NL:CRVB:2026:1317, Centrale Raad van Beroep, 30-09-2026, 25/924 ZW
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Weigering niet kwijtschelden van de openstaande vorderingen. Naar het oordeel van de Raad heeft het Uwv voldoende gemotiveerd dat de schulden van appellante het gevolg zijn van gedragingen als bedoeld in artikel 3.6, vierde lid, onder c, van de Wht.
Kern van de zaak
Een erkende gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire vroeg op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) kwijtschelding van UWV-vorderingen van ruim €128.000. Het UWV weigerde kwijtschelding omdat de schulden zijn ontstaan door schending van de inlichtingenverplichting: appellante verzweeg jarenlang haar DGA-status en ontving zo onterecht WW-, Ziektewet- en WAZO-uitkeringen.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is ongegrond verklaard; de kwijtschelding op grond van de Wht is afgewezen. De doorslaggevende reden is dat de vorderingen zijn ontstaan door frauduleus of wederrechtelijk handelen, hetgeen een uitsluitingsgrond vormt voor kwijtschelding onder de Wht.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past een reeds in de Wht neergelegde uitsluitingsgrond toe op een individueel geval en stelt geen nieuwe rechtsregel, maar heeft signaalwaarde voor de groep toeslagengedupeerden met samenlopende sociale zekerheidsfraudeschulden.
Belangrijkste punten
- 1Appellante is erkend als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, maar die erkenning biedt geen automatisch recht op kwijtschelding van UWV-schulden.
- 2De Wht sluit kwijtschelding uit indien de schulden zijn ontstaan door misbruik van sociale zekerheid of frauduleus/wederrechtelijk handelen.
- 3Appellante verzweeg van 2005 tot 2013 haar hoedanigheid als DGA, waardoor zij ten onrechte verzekerd was voor werknemersverzekeringen en uitkeringen ontving.
- 4De intrekkings- en terugvorderingsbesluiten (totaal €128.824,04 bruto) staan in rechte vast; een strafrechtelijk traject werd afgedaan via een transactie.
- 5De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het UWV de uitsluitingsgrond terecht heeft toegepast.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat de Wht-kwijtscheldingsregeling een harde uitsluitingsgrond kent voor frauduleus verkregen schulden, ook wanneer de schuldenaar overigens als toeslagengedupeerde is erkend. Dit begrenst de reikwijdte van de hersteloperatie op het terrein van sociale zekerheidsvorderingen.
Praktische impact
Toeslagengedupeerden die ook UWV-schulden hebben die voortkomen uit fraude of schending van de inlichtingenverplichting, kunnen niet rekenen op automatische kwijtschelding via de Wht; de erkenning als gedupeerde biedt op dit punt geen soelaas.
Onderwerp-impact
Voor de uitvoeringspraktijk van de hersteloperatie toeslagen betekent dit dat UWV en andere uitvoeringsinstanties per geval moeten toetsen of schulden hun oorsprong vinden in frauduleus handelen, ongeacht de toeslagenstatus van de betrokkene.
Samenvatting
Deze zaak betreft een vrouw die erkend is als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire en op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) verzocht om kwijtschelding van openstaande UWV-vorderingen van in totaal ruim €128.000 bruto. Die vorderingen vloeien voort uit de intrekking en terugvordering van uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet, de Wet arbeid en zorg en de Ziektewet over de periode 2006–2012. De aanleiding voor de terugvordering was de vaststelling dat appellante jarenlang had verzwegen dat zij directeur-grootaandeelhouder (DGA) was van een besloten vennootschap, waardoor zij ten onrechte als werknemer werd beschouwd en uitkeringen ontving waarvoor zij niet verzekerd was. Het UWV deed aangifte bij het Openbaar Ministerie; de strafzaak werd afgedaan via een transactie. Het UWV stelde bij besluit van december 2023 ambtshalve vast dat appellante niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, omdat de schulden zijn ontstaan door frauduleus of anderszins wederrechtelijk handelen – een expliciete uitsluitingsgrond in de Wht. Zowel de bezwaarprocedure als het beroep bij de rechtbank liepen voor appellante op niets uit. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De centrale juridische vraag is of de Wht-kwijtscheldingsregeling van toepassing is ondanks de erkenning als toeslagengedupeerde. De Raad beantwoordt deze vraag ontkennend: de erkenning als gedupeerde en de daarmee samenhangende betalingspauze laten de uitsluitingsgrond voor fraude onverlet. Nu de intrekkings- en terugvorderingsbesluiten in rechte vaststaan en het frauduleuze karakter van de schulden daarmee juridisch vast staat, is er geen ruimte voor kwijtschelding. De uitspraak onderstreept dat de Wht weliswaar een ruimhartig herstelkader biedt voor toeslagengedupeerden, maar dat schulden die hun oorsprong vinden in sociale zekerheidsfraude buiten dat kader vallen, ongeacht de overige omstandigheden van de betrokkene.