ZW-uitkering verlaagd wegens niet verschijnen spreekuur
ECLI:NL:CRVB:2026:1310, Centrale Raad van Beroep, 30-09-2026, 25/1530 ZW
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Verlaging ZW-uitkering met 10% en met 37,5%. Het Uwv heeft terecht de uitkering van appellante verlaagt omdat appellant niet op het spreekuur van de bedrijfsarts is verschenen en de tweede keer de re-integratieverplichtingen niet is nagekomen.
Kern van de zaak
Een zieke uitzendkracht ontving een ZW-uitkering via zijn werkgever als eigenrisicodrager. Hij verscheen niet op een spreekuur bij de bedrijfsarts op 11 december 2023, waarna het UWV op verzoek van de werkgever de uitkering tijdelijk verlaagde. Daarnaast was er een eerdere schorsing en een aparte maatregel opgelegd wegens schending van re-integratieverplichtingen.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is behandeld door de Centrale Raad van Beroep, die uitspraak heeft gedaan op 30 augustus 2026. Op basis van de beschikbare tekst is de precieze eindbeslissing (toe- of afwijzing hoger beroep) niet volledig kenbaar, maar de uitspraak betreft de rechtmatigheid van de aan appellant opgelegde verlagingen van zijn ZW-uitkering wegens niet-nakoming van verplichtingen.
Impactscore
LaagHet betreft een casuïstische toepassing van bestaande ZW-maatregelregelgeving zonder nieuwe rechtsvragen; de uitspraak heeft voornamelijk belang voor de betrokken partijen zelf.
Belangrijkste punten
- 1Appellant verscheen niet op het spreekuur van 11 december 2023; de bedrijfsarts had hem zowel schriftelijk als per e-mail geïnformeerd over de nieuwe afspraak.
- 2Het UWV legde een verlaging van 10% op voor de periode 11 december 2023 t/m 10 februari 2024 wegens het niet verschijnen.
- 3Een eerdere schorsing van de ZW-uitkering per 31 oktober 2023 wegens schending van re-integratieverplichtingen werd met terugwerkende kracht ingetrokken nadat appellant alsnog aan zijn verplichtingen voldeed.
- 4Aansluitend werd op verzoek van de werkgever een maatregel categorie 3 opgelegd (25% verlaging gedurende vier maanden), waartegen appellant geen bezwaar maakte zodat dit besluit rechtens vast staat.
- 5De werkgever is eigenrisicodrager voor de ZW, waardoor hij als initiatiefnemer voor de maatregelen bij het UWV optrad.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt het samenspel tussen eigenrisicodragerschap, UWV-bevoegdheden en de maatregelensystematiek bij de ZW, waaronder de mogelijkheid meerdere opeenvolgende maatregelen op te leggen voor onderscheiden gedragingen. De onherroepelijkheid van niet aangevochten besluiten speelt een beperkende rol in de hoger-beroepsprocedure.
Praktische impact
Voor de appellant betekent dit dat zijn ZW-uitkering gedurende meerdere perioden verlaagd is geweest; de niet aangevochten maatregel van 25% staat definitief vast en kan in hoger beroep niet meer worden betwist. Voor eigenrisicodragers illustreert de zaak dat zij actief maatregelen kunnen initiëren bij het UWV.
Onderwerp-impact
Zieke werknemers in de uitzendsector lopen extra risico op uitkeringsverlagingen als zij verplichtingen niet nakomen, mede omdat de eigenrisicodrager-werkgever een sterke regiefunctie heeft in het handhavingsproces.
Samenvatting
Deze zaak betreft een zieke uitzendkracht die op 23 mei 2022 arbeidsongeschikt werd en een ZW-uitkering ontving via zijn werkgever, die eigenrisicodrager is. In de loop van 2023 ontstonden meerdere conflicten over de nakoming van zijn verplichtingen. In oktober 2023 werd de uitkering geschorst wegens het niet voldoen aan re-integratieverplichtingen; deze schorsing werd later met terugwerkende kracht opgeheven nadat appellant alsnog aan zijn verplichtingen had voldaan. Direct daarna verzocht de werkgever het UWV echter om een afzonderlijke maatregel categorie 3 op te leggen – een verlaging van 25% gedurende vier maanden – voor diezelfde periode. Dit besluit van 5 februari 2024 is onherroepelijk geworden doordat appellant geen bezwaar heeft gemaakt. Bovendien verscheen appellant op 11 december 2023 niet op het spreekuur van de bedrijfsarts, hoewel hij zowel per brief als per e-mail was geïnformeerd over de nieuwe afspraak. Dit leidde tot een afzonderlijk besluit van het UWV van 10 januari 2024 waarbij de uitkering met 10% werd verlaagd voor de periode van 11 december 2023 tot en met 10 februari 2024. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep staan deze maatregelen centraal. De volledige motivering en eindconclusie van de Raad zijn op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar de procedure draait om de vraag of de opgelegde verlagingen rechtmatig zijn gelet op de informatievoorziening aan appellant en de samenloop van meerdere maatregelen. De zaak illustreert de positie van de eigenrisicodrager als actieve handhaver in het ZW-stelsel en de gevolgen van het niet tijdig aanvechten van besluiten.