JurispRadar
ECLI:NL:CRVB:2026:1301Middel35/100

Strafontslag brandweervrijwilliger teruggebracht tot schorsing

ECLI:NL:CRVB:2026:1301, Centrale Raad van Beroep, 20-08-2026, 24/1194 AW

Centrale Raad van BeroepUitspraak: 20 augustus 2026Publicatie: 2 oktober 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:24/1194 AW
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bestuursprocesrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Evenredigheidsbeginsel
Disciplinaire Straf
Strafontslag
Brandweervrijwilliger
Veiligheidsregio

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Strafontslag. Tijdens een personeelsfeest gooit appellant een bierflesje op de grond. Aan hem wordt de disciplinaire straf van ontslag opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim. De Raad is, evenals de rechtbank, van oordeel dat deze straf niet evenredig is aan de ernst van het plichtsverzuim. Ook het ontslag op andere gronden houdt geen stand, omdat niet is gebleken van een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding binnen het team. De Raad voorziet zelf in de zaak, herroept het besluit van 27 juli 2022 en wijzigt de disciplinaire straf van ontslag in schorsing voor de duur van een jaar, met ingang van 27 juli 2022, met inhouding van de jaarvergoeding.

Kern van de zaak

Een brandweervrijwilliger bij Veiligheidsregio Fryslân werd na een personeelsfeest op staande voet ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, nadat hij een bierflesje op de grond kapot had gegooid. Het dagelijks bestuur handhaafde het strafontslag in bezwaar, waarop betrokkene in beroep ging bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

Beslissing van de rechter

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep tegen het nieuwe besluit op bezwaar gegrond, vernietigt dat besluit en herroept het ontslagbesluit van 27 juli 2022. De disciplinaire straf van ontslag wordt met terugwerkende kracht gewijzigd in een schorsing voor de duur van één jaar, omdat de straf van ontslag niet evenredig is aan de ernst van het plichtsverzuim — het kapotgooien van één bierflesje.

35van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past de gevestigde evenredigheidsleer toe op een feitelijk specifieke situatie en heeft beperkte precedentwerking, maar is relevant voor disciplinaire procedures bij veiligheidsregio's en andere overheidsorganen.

Belangrijkste punten

  • 1Betrokkene heeft erkend een bierflesje kapot te hebben gegooid; dit levert plichtsverzuim op dat toerekenbaar is.
  • 2Het dagelijks bestuur was bevoegd een disciplinaire straf op te leggen, maar strafontslag is disproportioneel.
  • 3De Centrale Raad wijzigt de sanctie ambtshalve in een schorsing van één jaar met inhouding van bezoldiging.
  • 4De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt gedeeltelijk vernietigd, namelijk voor zover zij het bestuur opdroeg opnieuw op bezwaar te beslissen.
  • 5De Raad ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien in plaats van de zaak terug te wijzen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt het evenredigheidsbeginsel bij disciplinaire sanctionering in het ambtenarenrecht: ook bij toerekenbaar plichtsverzuim moet de opgelegde straf in verhouding staan tot de ernst van de gedraging. Rechters kunnen bij disproportioneel strafontslag zelf de straf matigen.

Praktische impact

Betrokkene wordt niet ontslagen maar geschorst voor één jaar; hij behoudt in beginsel zijn aanstelling als brandweervrijwilliger na ommekomst van die periode. De Veiligheidsregio Fryslân moet de gevolgen van het herroepen ontslagbesluit verwerken.

Onderwerp-impact

Voor overheidsorganen die vrijwilligers in veiligheidsdiensten disciplinair willen ontslaan, onderstreept deze uitspraak dat een geïsoleerd incident zonder zwaarwegende context zelden strafontslag rechtvaardigt.

Samenvatting

Deze zaak betreft een brandweervrijwilliger bij Veiligheidsregio Fryslân die tijdens een personeelsfeest op de kazerne een bierflesje op de grond kapot gooide. Het dagelijks bestuur kwalificeerde dit als ernstig plichtsverzuim en legde met ingang van 27 juli 2022 de disciplinaire straf van strafontslag op. Na ongegrondverklaring van het bezwaar stapte betrokkene naar de rechtbank, die het ontslagbesluit vernietigde omdat de straf niet evenredig was aan de ernst van de gedraging, en het bestuur opdroeg opnieuw op bezwaar te beslissen. Het dagelijks bestuur ging vervolgens in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep; betrokkene stelde incidenteel hoger beroep in. De Centrale Raad stelt vast dat het plichtsverzuim — het kapotgooien van één bierflesje — weliswaar toerekenbaar is en bevoegdheid tot sanctionering oplevert, maar dat strafontslag als zwaarste disciplinaire maatregel evident disproportioneel is. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover die het ontslagbesluit vernietigde, maar vernietigt haar voor zover zij de zaak terugwees naar het bestuur. In plaats daarvan voorziet de Raad zelf in de zaak: het besluit van 27 juli 2022 wordt herroepen en de straf wordt gewijzigd in een schorsing voor de duur van één jaar, ingaande op 27 juli 2022, met inhouding van bezoldiging. Daarmee eindigt de rechtsonzekerheid voor betrokkene zonder dat een nieuwe beslissingsronde bij het bestuur nodig is. De uitspraak illustreert dat het evenredigheidsbeginsel ook in het disciplinaire ambtenarenrecht strikt wordt getoetst: zelfs bij een gedraging die objectief als wangedrag kan worden aangemerkt, moet de zwaarste sanctie worden gereserveerd voor situaties die dat gewicht rechtvaardigen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 12 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
35van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·9 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1646

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen gemeente Best

8/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·9 okt 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:29845

Zwaar inreisverbod tien jaar na MDMA-smokkel gehandhaafd

28/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1645

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen gemeente Best

8/100Bekijk
Hoge Raad·9 okt 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Vastgoed
ECLI:NL:HR:2026:1629

Hoge Raad: geen tariefdifferentiatie binnen OZB-categorieën toegestaan

68/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied