Strafontslag brandweervrijwilliger teruggebracht tot schorsing
ECLI:NL:CRVB:2026:1301, Centrale Raad van Beroep, 20-08-2026, 24/1194 AW
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Strafontslag. Tijdens een personeelsfeest gooit appellant een bierflesje op de grond. Aan hem wordt de disciplinaire straf van ontslag opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim. De Raad is, evenals de rechtbank, van oordeel dat deze straf niet evenredig is aan de ernst van het plichtsverzuim. Ook het ontslag op andere gronden houdt geen stand, omdat niet is gebleken van een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding binnen het team. De Raad voorziet zelf in de zaak, herroept het besluit van 27 juli 2022 en wijzigt de disciplinaire straf van ontslag in schorsing voor de duur van een jaar, met ingang van 27 juli 2022, met inhouding van de jaarvergoeding.
Kern van de zaak
Een brandweervrijwilliger bij Veiligheidsregio Fryslân werd na een personeelsfeest op staande voet ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, nadat hij een bierflesje op de grond kapot had gegooid. Het dagelijks bestuur handhaafde het strafontslag in bezwaar, waarop betrokkene in beroep ging bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Beslissing van de rechter
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep tegen het nieuwe besluit op bezwaar gegrond, vernietigt dat besluit en herroept het ontslagbesluit van 27 juli 2022. De disciplinaire straf van ontslag wordt met terugwerkende kracht gewijzigd in een schorsing voor de duur van één jaar, omdat de straf van ontslag niet evenredig is aan de ernst van het plichtsverzuim — het kapotgooien van één bierflesje.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past de gevestigde evenredigheidsleer toe op een feitelijk specifieke situatie en heeft beperkte precedentwerking, maar is relevant voor disciplinaire procedures bij veiligheidsregio's en andere overheidsorganen.
Belangrijkste punten
- 1Betrokkene heeft erkend een bierflesje kapot te hebben gegooid; dit levert plichtsverzuim op dat toerekenbaar is.
- 2Het dagelijks bestuur was bevoegd een disciplinaire straf op te leggen, maar strafontslag is disproportioneel.
- 3De Centrale Raad wijzigt de sanctie ambtshalve in een schorsing van één jaar met inhouding van bezoldiging.
- 4De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt gedeeltelijk vernietigd, namelijk voor zover zij het bestuur opdroeg opnieuw op bezwaar te beslissen.
- 5De Raad ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien in plaats van de zaak terug te wijzen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt het evenredigheidsbeginsel bij disciplinaire sanctionering in het ambtenarenrecht: ook bij toerekenbaar plichtsverzuim moet de opgelegde straf in verhouding staan tot de ernst van de gedraging. Rechters kunnen bij disproportioneel strafontslag zelf de straf matigen.
Praktische impact
Betrokkene wordt niet ontslagen maar geschorst voor één jaar; hij behoudt in beginsel zijn aanstelling als brandweervrijwilliger na ommekomst van die periode. De Veiligheidsregio Fryslân moet de gevolgen van het herroepen ontslagbesluit verwerken.
Onderwerp-impact
Voor overheidsorganen die vrijwilligers in veiligheidsdiensten disciplinair willen ontslaan, onderstreept deze uitspraak dat een geïsoleerd incident zonder zwaarwegende context zelden strafontslag rechtvaardigt.
Samenvatting
Deze zaak betreft een brandweervrijwilliger bij Veiligheidsregio Fryslân die tijdens een personeelsfeest op de kazerne een bierflesje op de grond kapot gooide. Het dagelijks bestuur kwalificeerde dit als ernstig plichtsverzuim en legde met ingang van 27 juli 2022 de disciplinaire straf van strafontslag op. Na ongegrondverklaring van het bezwaar stapte betrokkene naar de rechtbank, die het ontslagbesluit vernietigde omdat de straf niet evenredig was aan de ernst van de gedraging, en het bestuur opdroeg opnieuw op bezwaar te beslissen. Het dagelijks bestuur ging vervolgens in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep; betrokkene stelde incidenteel hoger beroep in. De Centrale Raad stelt vast dat het plichtsverzuim — het kapotgooien van één bierflesje — weliswaar toerekenbaar is en bevoegdheid tot sanctionering oplevert, maar dat strafontslag als zwaarste disciplinaire maatregel evident disproportioneel is. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover die het ontslagbesluit vernietigde, maar vernietigt haar voor zover zij de zaak terugwees naar het bestuur. In plaats daarvan voorziet de Raad zelf in de zaak: het besluit van 27 juli 2022 wordt herroepen en de straf wordt gewijzigd in een schorsing voor de duur van één jaar, ingaande op 27 juli 2022, met inhouding van bezoldiging. Daarmee eindigt de rechtsonzekerheid voor betrokkene zonder dat een nieuwe beslissingsronde bij het bestuur nodig is. De uitspraak illustreert dat het evenredigheidsbeginsel ook in het disciplinaire ambtenarenrecht strikt wordt getoetst: zelfs bij een gedraging die objectief als wangedrag kan worden aangemerkt, moet de zwaarste sanctie worden gereserveerd voor situaties die dat gewicht rechtvaardigen.