JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5923

ECLI:NL:RVS:2026:5923, Raad van State, 07-10-2026, 202500968/1/R3

Raad van StateUitspraak: 7 oktober 2026Publicatie: 7 oktober 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202500968/1/R3

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

In het besluit van 27 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het handhavingsverzoek van [wederpartij] van 2 juni 2022 tegen een geplaatste zeecontainer in de nabijheid van [locatie 1] afgewezen. [wederpartij] woont aan het [locatie 2] in Den Haag. Op 2 juni 2022 heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen een zeecontainer die op het gras in de nabijheid van [locatie 1] was geplaatst. Bij een controle op 8 juli 2022 heeft het college geconstateerd dat de zeecontainer verwijderd was en er daarom geen sprake was van een overtreding. Het college heeft het verzoek van [wederpartij] daarom afgewezen. Bij besluit van 10 november 2022 heeft het college het door [wederpartij] hiertegen gemaakte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] ongegrond verklaard en het college veroordeeld in de proceskosten omdat het college volgens de rechtbank ten onrechte zelfstandig heeft beslist om [wederpartij] niet te horen. Het college heeft hoger beroep ingesteld.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

Gerechtshof 's-Hertogenbosch·8 okt 2026

ECLI:NL:GHSHE:2026:2731

~33geschat
Bekijk
Gerechtshof 's-Hertogenbosch·8 okt 2026

ECLI:NL:GHSHE:2026:2735

~25geschat
Bekijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·8 okt 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:9754

~23geschat
Bekijk
Rechtbank Den Haag·8 okt 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:29665

~23geschat
Bekijk