ECLI:NL:RVS:2026:5896, Raad van State, 07-10-2026, 202600755/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 12 december 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] heeft op 15 oktober 2024 een VOG aangevraagd. De staatssecretaris heeft dit afgewezen, omdat [appellant] binnen de terugkijktermijn meerdere keren in aanraking is gekomen met justitie voor delicten die zich niet verhouden met de gewenste functie van bezorger. Volgens de rechtbank heeft de staatssecretaris hierbij alle feiten en omstandigheden betrokken en deugdelijk gemotiveerd waarom de belangenafweging in het nadeel van [appellant] uitvalt. De drie door de rechtbank betrokken antecedenten, die zijn gepleegd toen [appellant] meerderjarig was, zijn te recent om te kunnen vaststellen dat het risico voor de samenleving voldoende is afgenomen en [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij geen ander werk kan verrichten, aldus de rechtbank.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.