ECLI:NL:RBROT:2026:8825, Rechtbank Rotterdam, 07-07-2026, ROT 25/6741
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Artikel 2:14 lid 1 Awb (zoals die bepaling luidde tot 1 januari 2026) is van toepassing. De omstandigheid dat de mailserver van de gemachtigde de melding gaf dat de berichten onbestelbaar waren (wegens een volle mailbox), komt voor zijn risico nu hij zelf deze mailadressen heeft vermeld en met het per mailbericht indienen van het bezwaarschrift impliciet aan de minister kenbaar heeft gemaakt op die manier bereikbaar te zijn (vgl. ECLI:NL:HR:2021:709; ECLI:NL:RVS:2023:3781 en ECLI:NL:CRVB:2022:879, punt 5.3.5). Namens de minister is vervolgens nog tweemaal onverplicht een voicemail ingesproken op het door de gemachtigde doorgegeven mobiele nummer. Ten slotte stelt de minister dat zij 16 juli 2025 een herstelverzuimbrief heeft laten verzenden per gewone post. In het dossier bevindt zich een brief van die datum die is gericht aan het adres van de gemachtigde. De rechtbank stelt daarom vast dat de minister meer dan het noodzakelijke heeft gedaan om eiseres de gelegenheid te bieden de gronden van het bezwaar (alsnog) in te dienen. Dat geen van de berichten van de minister eiseres of haar gemachtigde hebben bereikt, komt voor hun rekening en risico. Dat van de brief van 16 juli 2025 een verzendadministratie ontbreekt, is in dit verband niet van belang, omdat de minister niet verplicht was naast elektronische verzending over te gaan tot verzending per brief. Onder de geschetste omstandigheden hoefde de minister voorts niet een nadere belangenafweging te verrichten bij de toepassing van artikel 6:6 Awb.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.