Beroep gegrond maar mvv-weigering gezinsleden Somalische asielhouder blijft
ECLI:NL:RBDHA:2026:29847, Rechtbank Den Haag, 02-09-2026, NL25.48991
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Uitspraak van de meervoudige kamer. Artikel 8 van het EVRM. Het bestreden besluit bevat zorgvuldigheids- en motiveringsgebreken en de rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond. In de aanvullende motiveringen van verweerder ziet de rechtbank reden om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. De rechtbank sluit zich aan bij het oordeel van de Afdeling dat verweerder het economisch belang mag interpreteren als algeheel welvaartsbelang dat breder is dan de vraag of iemand mogelijk ten laste komt van de openbare kas.
Kern van de zaak
Een Somalische vrouw met asielvergunning in Nederland vroeg mvv's aan voor haar moeder, minderjarige broer en zus, en de kinderen van haar overleden broer. Verweerder weigerde omdat identiteit en familierechtelijke relaties niet aannemelijk waren gemaakt. Eiseres beriep zich op artikel 8 EVRM (familie- en gezinsleven) en stelde dat documenten uit Somalië sowieso geen bewijswaarde hebben.
Beslissing van de rechter
Het beroep is gegrond verklaard wegens een onrechtmatigheidsgebrek en een motiveringsgebrek in het bestreden besluit. De rechtbank laat echter de rechtsgevolgen in stand: de mvv-aanvragen worden alsnog afgewezen, omdat verweerder in aanvullende motiveringen voldoende heeft onderbouwd dat de gezinsleden niet in aanmerking komen voor een mvv.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele vreemdelingenzaak zonder principiële rechtsvragen; de uitkomst past binnen vaste jurisprudentie over nareis, het jongvolwassenenbeleid en de mogelijkheid om rechtsgevolgen in stand te laten.
Belangrijkste punten
- 1Verweerder verleende voordeel van de twijfel over identiteit en familierechtelijke relaties vanwege de geringe bewijswaarde van Somalische documenten.
- 2Tussen eiseres en haar moeder werd gezinsleven aangenomen op grond van het jongvolwassenenbeleid; tussen eiseres en haar broer en zus niet.
- 3Het bestreden besluit bevatte zowel een onrechtmatigheidsgebrek als een motiveringsgebrek.
- 4De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand op basis van aanvullende motiveringen van verweerder.
- 5Verweerder moet griffierecht vergoeden en proceskosten van € 2.802,- betalen aan eiseres.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een vernietiging wegens motiveringsgebrek niet automatisch leidt tot een ander inhoudelijk oordeel: de rechter kan rechtsgevolgen in stand laten als de aanvullende motivering van verweerder het besluit alsnog draagt. Dit illustreert de toepassing van artikel 8:72 lid 3 Awb in vreemdelingenzaken.
Praktische impact
Voor eiseres betekent de uitspraak dat zij weliswaar een proceskostenveroordeling ontvangt, maar dat haar gezinsleden – op haar moeder na – niet naar Nederland kunnen komen op grond van de ingediende mvv-aanvragen. De feitelijke situatie van de gezinsleden in Somalië verandert daarmee niet.
Onderwerp-impact
In nareis- en gezinsherenigingszaken voor Somaliërs bevestigt deze uitspraak de hoge bewijsdrempel bij ontbrekende documentatie, gecombineerd met de mogelijkheid van een beleidsmatig vangnet (jongvolwassenenbeleid) voor bepaalde gezinsrelaties.
Samenvatting
Een Somalische vrouw (geboren 1998) met een asielvergunning voor bepaalde tijd diende in oktober 2022 mvv-aanvragen in voor haar moeder, haar minderjarige broer en zus, en de twee minderjarige kinderen van haar in Somalië door Al-Shabaab vermoorde broer. Zij stelde dat sprake was van beschermenswaardig familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM, omdat zij altijd met al deze gezinsleden had samengewoond tot haar vertrek. Verweerder wees de aanvragen af omdat identiteit en familierechtelijke relaties niet aannemelijk waren gemaakt. Gelet op de geringe bewijswaarde van Somalische documenten verleende verweerder wel het voordeel van de twijfel, maar erkende alleen gezinsleven tussen eiseres en haar moeder op grond van het jongvolwassenenbeleid. Tussen eiseres en haar broer en zus werd geen gezinsleven aangenomen. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit een onrechtmatigheidsgebrek en een motiveringsgebrek bevatte en verklaarde het beroep gegrond, waarna het besluit werd vernietigd. Tegelijkertijd zag de rechtbank in de aanvullende motiveringen die verweerder tijdens de procedure had gegeven voldoende grond om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten: de mvv-aanvragen blijven dus geweigerd. Het praktische resultaat voor eiseres is daarmee beperkt: haar gezinsleden kunnen niet op grond van deze aanvragen naar Nederland komen. Wel wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten, vastgesteld op € 2.802,-. De uitspraak is illustratief voor de wijze waarop rechters in vreemdelingenzaken motiveringsgebreken kunnen 'repareren' via de instandlating van rechtsgevolgen, zonder dat de inhoudelijke uitkomst voor de vreemdeling verandert.