JurispRadar
ECLI:NL:RBDHA:2026:29823Laag15/100

ECLI:NL:RBDHA:2026:29823, Rechtbank Den Haag, 08-10-2026, NL25.57620

Rechtbank Den HaagUitspraak: 8 oktober 2026Publicatie: 9 oktober 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:NL25.57620

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Het beroep is ongegrond. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet ten onrechte ongeloofwaardig gevonden dat eiser problemen heeft ondervonden, omdat zijn oom een stamgenoot heeft vermoord. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voldoende deugdelijk gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als Hazara een gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer naar Pakistan. Ten aanzien van de medische situatie van eisers broer is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat de broer van eiser enkel afhankelijk is van eiser.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

Raad van State·14 okt 2026

ECLI:NL:RVS:2026:6092

~55geschat
Bekijk
Raad van State·14 okt 2026

ECLI:NL:RVS:2026:6090

~55geschat
Bekijk
Raad van State·14 okt 2026

ECLI:NL:RVS:2026:6093

~55geschat
Bekijk
Raad van State·14 okt 2026

ECLI:NL:RVS:2026:6070

~60geschat
Bekijk