ECLI:NL:RBDHA:2026:18266, Rechtbank Den Haag, 03-07-2026, C/09/706206 KG ZA 26-576
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Kort geding. Vorderingen afgewezen. De stelling die MSD heeft ingenomen in haar conclusie van antwoord in reconventie in de VRO-procedure, ter afwending van een stelling van Halozyme, kan niet worden aangemerkt als een toezegging waarvan Halozyme nakoming kan vorderen. Halozmye mocht de stelling onder de gegeven omstandigheden niet redelijkerwijs opvatten als een op een rechtsgevolg gerichte wil van MSD en dus niet als een (eenzijdige) rechtshandeling in de zin van artikel 3:33 BW. MSD heeft wellicht de schijn gewekt dat zij Keystuda SC niet in Europa op de markt zou brengen, maar Halozyme mocht hier niet gerechtvaardigd op vertrouwen in de zin van artikel 3:35 BW. Zeker gezien de vergaande consequenties van een toezegging van deze aard, had het op de weg van Halozyme gelegen om te verifiëren of MSD werkelijk aan Halozyme heeft willen toezeggen dat zij of andere entiteiten van de MSD-groep niet met Keytruda SC op de markt zouden komen in de Europese Unie. Een onjuiste stellingname in een processtuk kan gezien worden als een (processuele) schending van de waarheidsplicht ex artikel 21 Rv maar levert slechts in buitengewone omstandigheden een onrechtmatige daad opleveren die hier niet aan de orde zijn.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.