JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1625

ECLI:NL:HR:2026:1625, Hoge Raad, 06-10-2026, 24/02637

Hoge RaadUitspraak: 6 oktober 2026Publicatie: 6 oktober 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:24/02637

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Medeplegen opzettelijk voorhanden hebben van 54.990 kilogram rooktabak die niet overeenkomstig Wet op accijns in heffing is betrokken door aanwezig te zijn in loods met onveraccijnsde rooktabak, art. 5 Wet op accijns. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht opzet en voorhanden hebben. Kon hof oordelen dat voor opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen a.b.i. art. 97 jo. 5.1.b Wet op accijns voldoende is “dat persoon betrokken raakt bij voorhanden hebben”? 2. Bewijsklacht. Verweer dat verdachte als werknemer de onveraccijnsde rooktabak voorhanden had. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in HR:2026:1619 is klacht terecht voorgesteld. Om redenen vermeld in CAG leidt dat echter niet tot cassatie. CAG: In nadere bewijsoverwegingen heeft hof, na groot aantal belastende f&o te hebben vastgesteld, overwogen dat verdachte door te handelen zoals hij heeft gedaan “naar oordeel van hof minstgenomen bewust aanmerkelijke kans (heeft) aanvaard dat rooktabak die hij voorhanden had, onveraccijnsd was.” Daarin ligt besloten dat hof uiteindelijk toch uitgaande van juiste rechtsopvatting heeft vastgesteld dat verdachte met vereist opzet heeft gehandeld. Uit ’s hofs bewijsvoering volgt dat verdachte de tabak met medeplegers voorhanden had (en niet slechts bij voorhanden hebben ervan betrokken was). Uit nadere bewijsoverwegingen kan worden afgeleid dat hof aan de hand van juiste maatstaf heeft vastgesteld dat verdachte met vereist opzet heeft gehandeld. In dat licht kan vaststelling van vermoeden dat verdachte bezig was in illegaliteit als overweging ten overvloede worden aangemerkt. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden klachten niet tot cassatie. CAG: Uit f&o die n.a.v. rechtshulp verzoek naar voren zijn gekomen heeft hof kennelijk afgeleid en kunnen afleiden dat Duits bedrijf, v.zv. al van daadwerkelijk bestaande onderneming sprake is, geen rol heeft gespeeld in onderhavige strafzaak. Mede gelet op inhoud van bewijsvoering heeft hof kennelijk aangenomen en kunnen aannemen dat verdachte zich ervan bewust was dat overgelegde arbeidsovereenkomst met Duits bedrijf niet overeenkomstig werkelijkheid was. Volgt verwerping. Samenhang met 24/02638 en 24/02639.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

Gerechtshof 's-Hertogenbosch·8 okt 2026

ECLI:NL:GHSHE:2026:2731

~33geschat
Bekijk
Gerechtshof 's-Hertogenbosch·8 okt 2026

ECLI:NL:GHSHE:2026:2735

~25geschat
Bekijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·8 okt 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:9754

~23geschat
Bekijk
Rechtbank Den Haag·8 okt 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:29665

~23geschat
Bekijk