JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1621

ECLI:NL:HR:2026:1621, Hoge Raad, 06-10-2026, 24/01170

Hoge RaadUitspraak: 6 oktober 2026Publicatie: 5 oktober 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:24/01170

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Medeplegen witwassen van nachtclub/prostitutiebedrijf (art. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr) en door bestuurder openbaar maken van onware balans door als vennoot van VOF zogenaamde leningen onterecht als schuld op te nemen op balans en deze balans i.h.k.v. Bibob-procedure te verzenden naar Dienst Justis van ministerie van Veiligheid en Justitie (art. 336 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg t.z.v. witwassen. 1. Bewijsklachten witwassen. Kon hof oordelen dat door ander ingebrachte gelden uit misdrijf afkomstig zijn op de grond dat deze persoon heeft geweigerd te verklaren over herkomst van gelden en zijn voor bewijs gebruikte verklaringen van getuigen met elkaar te verenigen? 2. Bewijsklacht openbaar maken van onware balans. Kon hof oordelen dat verdachte een onware balans “openbaar heeft gemaakt” a.b.i. art. 336 Sr, nu uit bewijsvoering enkel volgt dat verdachte de balans i.h.k.v. Bibob-procedure heeft verstrekt aan Dienst Justis? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft overwogen dat uit feit dat persoon die gelden heeft ingebracht, als eerder gestrafte en thans van strafbare feiten verdacht persoon die leiding geeft aan organisatie die van strafbare feiten wordt verdacht, kan beschikken over contant geldbedrag van 1.500.000 gulden en 400 kilogram hasj, sterke aanwijzing volgt dat dit geld van misdrijf afkomstig is. Bij gebreke van aannemelijke andersluidende verklaring heeft hof deze aanwijzingen voldoende geacht voor bewijs dat gelden inderdaad criminele herkomst hebben. Deze wijze van bewijsvoering is in overeenstemming met rechtspraak van HR over vaststelling van criminele herkomst van voorwerp bij onbekend gebleven gronddelict. Voorts heeft hof geoordeeld dat causaal verband bestaat tussen betaling van de uit misdrijf afkomstige 500.000 gulden en 400 kilogram hasj en verkrijging van onderneming en panden door verdachte en A, waardoor ook in zoverre activa van nachtclub middellijk door misdrijf zijn verkregen. Dat oordeel is gelet op de voor bewijs gebruikte verklaring van A niet onbegrijpelijk. Aan die begrijpelijkheid wordt niet afgedaan door ook voor gebruikte verklaring van B. Diens uitlatingen over afpersing onderbouwen immers ’s hofs vaststelling dat betaling noodzakelijke voorwaarde was voor verkrijging van onderneming en panden. Van tegenstrijdigheid is geen sprake. Ad 2. Mede gelet op wetsgeschiedenis van art. 336 Sr, is met strafbaarstelling van dit art. beoogd publiek te beschermen tegen misleiding d.m.v. publiceren van onware balans door onder meer bestuurder of beherende vennoot van rechtspersoon of vennootschap. Van het in deze bepaling bedoelde “openbaar maken” is daarom sprake als het gaat om handeling waarmee verdachte zich wendt tot publiek (vgl. HR:1923:51). Hof heeft vastgesteld dat verdachte en zijn vrouw i.h.k.v. Bibob-procedure een balans waarin ten onrechte schuld is opgenomen, hebben verzonden naar Dienst Justis. Die enkele vaststelling volstaat niet voor oordeel dat verdachte een onware balans “openbaar heeft gemaakt”. Hof heeft daarom bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/01146.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

Gerechtshof 's-Hertogenbosch·8 okt 2026

ECLI:NL:GHSHE:2026:2731

~33geschat
Bekijk
Gerechtshof 's-Hertogenbosch·8 okt 2026

ECLI:NL:GHSHE:2026:2735

~25geschat
Bekijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·8 okt 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:9754

~23geschat
Bekijk
Rechtbank Den Haag·8 okt 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:29665

~23geschat
Bekijk