ECLI:NL:HR:2026:1509, Hoge Raad, 22-09-2026, 24/04205
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Poging tot zware mishandeling, art. 302.1 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. Ontvankelijkheid h.b. en ontbrekende akte van uitreiking in eerste aanleg. Kon hof vaststellen dat oproeping voor nadere tz. van Pr in persoon aan verdachte is uitgereikt, nu akte van uitreiking ontbreekt? Hof heeft geoordeeld dat h.b. binnen 14 dagen na einduitspraak in e.a. had moeten worden ingesteld, nu oproeping van verdachte voor tz. van Pr van 23-5-2002 volgens akte van uitreiking in persoon is uitgereikt. Akte van uitreiking bevindt zich niet bij stukken. Volgens brief van medewerker hof van 14-7-2025 maken betekeningsstukken m.b.t. oproeping geen deel (meer) uit van dossier. HR kan daardoor niet nagaan of oproeping in persoon is uitgereikt. Ook anderszins kan uit stukken niet worden afgeleid dat h.b. te laat is ingesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.