ECLI:NL:HR:2026:1507, Hoge Raad, 22-09-2026, 24/03402
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Feitelijke aanranding van eerbaarheid van jonge buurvrouw op straat, art. 246 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefster voldoende steun in andere bewijsmiddelen? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft niet onbegrijpelijk geoordeeld dat verklaringen van aangeefster mede steun vinden in verklaringen van vriendin van aangeefster. Hof heeft bij dat oordeel niet enkel betrokken dat vriendin naar aangeefster is toegerend, aangeefster verward aantrof, dat aangeefster overstuur was en hard moest huilen en dat aangeefster daarna bij vriendin en moeder van vriendin huilend op bank vertelde wat er was voorgevallen. Bij dat oordeel heeft hof eveneens betrokken dat aangeefster bij vriendin thuis is geweest, dat zij zonder iets te zeggen is vertrokken, dat aangeefster haar vriendin om 00:20 uur appte, dat vriendin de aangeefster daarop om 00:25 uur heeft gebeld om uitleg te vragen, dat tijdstip van dit telefoongesprek overeenstemt met tijdstip waarop verdachte al bezig was aangeefster aan te randen, en dat vriendin heeft verklaard “dat zij het vreemd vond hoe aangeefster tijdens hun telefoongesprek herhaaldelijk en indringend aan haar vroeg om haar achtergelaten jas te komen brengen en dat zij daardoor opeens soort angst voelde en voelde dat er iets aan de hand was”. Opvatting dat getuige, om voldoende steun te kunnen bieden aan verklaringen van aangeefster, bewezenverklaarde gedraging zelf moet hebben waargenomen, vindt geen steun in recht. Volgt verwerping.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.