ECLI:NL:HR:2026:1506, Hoge Raad, 22-09-2026, 24/02409
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Diefstal d.m.v. braak van kassalade, art. 311.1.5 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Kon hof oordelen dat het verdachte was die inbraak heeft gepleegd? 2. Kon hof voor bewijs meewegen dat verdachte geen redelijke, redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven voor f&o die redengevend moeten worden geacht voor bewijs van tlgd. feit? 3. Kon hof bij bewijsvoering betrekken dat door politie onder aan trap aangetroffen fiets van verdachte was dan wel dat hij heeft bekend dat fiets van hem was? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof heeft in zijn nadere bewijsoverwegingen acht geslagen op verweer van verdediging dat verdachte lichte schoenen aanhad, terwijl op camerabeelden uit winkelcentrum een persoon te zien is met zwarte schoenen. Hof heeft dit verweer terzijde geschoven, omdat kleuren kunnen verspringen op nachtbeelden. Dit feitelijke oordeel, dat tevens steun vindt in het voor bewijs gebruikte relaas van verbalisant omtrent beelden afkomstig van deurbelcamera, is niet onbegrijpelijk. Ad 2. Hof heeft niet onbegrijpelijk bij bewijsvoering betrokken dat verdachte geen voor redengevende f&o aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven, terwijl dit wel van hem mocht worden verwacht, in aanmerking genomen dat verdachte midden in de nacht kort na inbraak is aangetroffen op galerij (achter muurtje) in de buurt van gestolen kassalade en fiets (die qua signalement overeenkomt met fiets waarop dader met kassalade is gevlucht), terwijl ook uiterlijk signalement van verdachte overeenkomt met de op camerabeelden van winkelcentrum waargenomen dader van inbraak. Ad 3. Uit bewijsmiddelen volgt dat op camerabeelden uit winkelcentrum van dader van inbraak een persoon is te zien die wegfietst, terwijl er eerder man was komen aanfietsen op damesfiets. Over fiets die onder aan trap in nabijheid van verdachte is aangetroffen, kan o.b.v. b.m. worden gezegd dat dit grijze damesfiets betrof, terwijl uit ander b.m. blijkt dat verdachte grijze damesfiets heeft. Verder heeft hof uit (het voor bewijs gebruikte) p-v van verbalisant afgeleid dat onder aan trap aangetroffen fiets van verdachte is, omdat hij naar die fiets heeft gerefereerd als zijnde zijn fiets. Dat hof o.b.v. voorgaande heeft geconcludeerd dat fiets die in de buurt van verdachte is aangetroffen van verdachte is, is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.