ECLI:NL:HR:2026:1504, Hoge Raad, 22-09-2026, 25/00349
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen bedrijfsmatige hennepteelt (op 6-7-2017) en “andere strafbare feiten” (oogst van eerdere hennepteelt in daaraan voorafgaande periode), art. 36e.2 Sr. Zijn er “voldoende aanwijzingen” dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit hennepteelt voorafgaand aan de in strafzaak bewezenverklaarde datum? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2020:1523 en HR:2021:1498 m.b.t. eisen aan vaststelling dat voldoende aanwijzingen bestaan dat andere strafbare feiten door betrokkene zijn begaan a.b.i. art. 36e.2 Sr. Hof heeft geoordeeld dat voldoende aanwijzingen bestaan dat betrokkene, naast het in strafzaak bewezenverklaarde feit (medeplegen bedrijfsmatige hennepteelt op 6-7-2017) andere strafbare feiten heeft begaan (medeplegen hennepteelt in periode die daaraan voorafging). Voldoende aanwijzingen voor oordeel van hof dat betrokkene al minimaal 1 eerdere hennepoogst heeft gehad, kunnen echter niet z.m. worden afgeleid uit de door hof in aanmerking genomen f&o (in motivering schatting w.v.v.). Gelet hierop is oordeel van hof ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 25/00350.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.