JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1481

ECLI:NL:HR:2026:1481, Hoge Raad, 22-09-2026, 24/03312

Hoge RaadUitspraak: 22 september 2026Publicatie: 16 september 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:24/03312

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Medeplegen diefstal d.m.v. braak van fatbike, art. 311.1.4 en 311.1.5 Sr. Toepassing taakstrafverbod bij vordering tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, art. 6:6:21 Sv jo. 22b Sr. Kon hof oordelen dat taakstrafverbod in de weg staat aan omzetten van eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 4 weken in taakstraf? Bij stukken bevindt zich Uittreksel Justitiële Documentatie dat o.m. inhoudt dat verdachte: A) bij onherroepelijk vonnis van Pr van 8-10-2020 is veroordeeld tot o.m. taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, en dat die vervangende hechtenis is tenuitvoergelegd van 6/4/2022 tot en met 3/5/2022; en B) bij onherroepelijk vonnis van Pr van 21-7-2023 is veroordeeld tot gevangenisstraf van 6 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaren. Rechter die beslist over vordering van OM tot tul van eerder voorwaardelijk opgelegde straf kan o.g.v. art. 6:6:21.2 Sv tul van taakstraf gelasten, i.p.v. het bevelen van tul van vrijheidsstraf. In art. 6:6:21.2 (tweede volzin) Sv is art. 22b Sr van overeenkomstige toepassing verklaard, zodat in gevallen waarin art. 22b Sr oplegging van taakstraf niet toeliet, ook geen taakstraf wordt gelast i.p.v. bevel tot tul van vrijheidsstraf. Rechter die beslist over vordering van OM a.b.i. art. 6:6:21.1 Sv moet daarom zo nodig nagaan of, als o.g.v. art. 6:6:21.2 (eerste volzin) Sv taakstraf wordt gelast, dat feitelijk leidt tot bestraffing van feit waarvoor voorwaardelijke vrijheidsstraf is opgelegd die niet in overeenstemming is met art. 22b Sr. Bij die beoordeling neemt rechter o.g.v. art. 22b Sr eventuele andere straffen in aanmerking die voor dat feit aan veroordeelde zijn opgelegd. V.zv. bij beslissing op de in art. 6:6:21.1 Sv bedoelde vordering de vraag aan de orde komt of aan de in art. 22b.2 Sr genoemde voorwaarden wordt voldaan, onder “door hem begaan feit” moet worden verstaan feit waarvoor verdachte is veroordeeld tot voorwaardelijk opgelegde straf waarvan tul wordt gevorderd (vgl. HR:2019:255). Art. 22b.3 Sr staat in de in art. 22b.1 en 22b.2 Sr vermelde gevallen de oplegging van taakstraf toe, als naast taakstraf ook onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt opgelegd (vgl. HR:2018:202). Hof heeft kennelijk geoordeeld dat onder A genoemde (veroordeling tot) taakstraf, o.g.v. art. 22b.2 Sr eraan in de weg staat dat voorwaardelijk deel van de onder B genoemde gevangenisstraf o.g.v. art. 6:6:21.2 (eerste volzin) Sv wordt omgezet in taakstraf. In licht van wat hiervoor is vooropgesteld, getuigt dat oordeel van onjuiste rechtsopvatting. Voor beantwoording van vraag of hof i.p.v. bevel tot tul van gevangenisstraf de tul van taakstraf kon gelasten, is immers bepalend dat voor het door verdachte in strafzaak onder B begane feit een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd. In zo’n geval maakt art. 6:6:21.2 Sv jo. 22b.3 Sr het mogelijk dat rechter de tul van taakstraf gelast i.p.v. bevel tot tul van voorwaardelijk deel van opgelegde gevangenisstraf. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. beslissing op vordering tul en terugwijzing.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

Gerechtshof Amsterdam·22 sep 2026
Arbeidsrecht
Verbintenissenrecht
Arbeidsrelaties
Transport
ECLI:NL:GHAMS:2026:2673

Hof buigt zich over opzegging Martinair-cao vrachtvliegers

28/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·22 sep 2026
Arbeidsrecht
Burgerlijk procesrecht
Arbeidsrelaties
Transport
ECLI:NL:GHAMS:2026:2679

KLM moet vrachtvliegers erkennen via overgang van onderneming

38/100Bekijk
Instantie·22 sep 2026

ECLI:NL:GHARL:2026:6033

5/100Bekijk
Hoge Raad·22 sep 2026

ECLI:NL:HR:2026:1528

~80geschat
Bekijk