ECLI:NL:HR:2026:1427, Hoge Raad, 08-09-2026, 24/00456
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)OM-cassatie en cassatie klager, die als tussenpersoon werkzaamheden verricht voor de aan scheepsbouwer verleende bouwopdrachten door Bahama’s en Trinidad en Tobago. Beklag, beslag ex art. 94 en 94a Sv op vorderingen van klager op derden onder derden t.z.v. verdenking van valsheid in geschrift. Rb heeft beklag gegrond verklaard t.a.v. beslag dat € 1.550.000 te boven gaat. 1. OM-cassatie, summier karakter onderzoek in raadkamer. Kon Rb oordelen dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat strafrechter vorderingen van klager op derden waarop beslag is gelegd, verbeurd zal verklaren dan wel als w.v.v. zal ontnemen? 2. Cassatie klager. Verweer dat geen sprake is van rechtsgeldige beslaglegging, nu diverse door wet gestelde voorschriften niet zijn nageleefd. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2023:128 m.b.t. toepasselijke maatstaf i.g.v. beslag ex art. 94 Sv, toepasselijke maatstaf i.g.v. beslag ex art. 94a Sv en summier karakter van onderzoek in raadkamer. Rb heeft geoordeeld dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat strafrechter (later oordelend) tot (gedeeltelijke) bewezenverklaring komt van tlgd. medeplegen valsheid in geschrift. Vervolgens heeft Rb het beklag deels (v.zv. beslag het bedrag te boven gaat van maximale geldboete van € 1.550.000) gegrond verklaard. Daaraan heeft Rb ten grondslag gelegd dat zij het hoogst onwaarschijnlijk acht dat strafrechter t.a.v. de door klager als commissie genoten inkomsten, tot verbeurdverklaring zal komen of aan klager de verplichting tot betaling van geldbedrag ter ontneming van w.v.v. zal opleggen. Daartoe heeft Rb overwogen dat OvJ zijn stellingen dat scheepsbouwer de aanbestedingen niet zou hebben verkregen als geen valsheid in geschrift was gepleegd en dat zonder valse contracten alle inkomsten niet zouden zijn genoten en klager geen recht had op percentage daarvan, “hoegenaamd niet” heeft onderbouwd en dat daarvoor ook niet voldoende aanknopingspunten zijn gebleken. Rb is (mede gelet op wat OM naar voren heeft gebracht over gronden waarop berekening van w.v.v. wordt gebaseerd) met gedeeltelijke gegrondverklaring te ver vooruitgelopen op mogelijke uitkomst van nog te voeren strafzaak of ontnemingszaak. Daarmee heeft Rb, gelet op wat hiervoor is overwogen, summier karakter van onderzoek in raadkamer miskend. Ad 2. Gelet op beslissing HR, is bespreking van middel niet nodig. Volgt vernietiging en terugwijzing.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.