ECLI:NL:HR:2026:1412, Hoge Raad, 01-09-2026, 24/04319
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Medeplegen diefstal d.m.v. braak, art. 310.1 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1 Sv. Kon hof de verdachte n-o verklaren in zijn h.b., nu p-v van tz. in eerste aanleg en vonnis Pr niet zijn uitgewerkt? Hof heeft geoordeeld dat h.b. binnen 14 dagen na einduitspraak in e.a. had moeten worden ingesteld, nu op aantekening van mondeling vonnis Pr is vermeld dat vonnis op 9-10-2015 “op tegenspraak” is gewezen. Daarmee heeft hof kennelijk tot uitdrukking gebracht dat uit die vermelding volgt dat zich een van de in art. 408.1 Sv bedoelde omstandigheden heeft voorgedaan. Dit oordeel is niet begrijpelijk. Uit enkele vermelding dat vonnis op 9-10-2015 “op tegenspraak” is gewezen, volgt niet dat zich in art. 408.1 Sv bedoelde omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat dag van tz. van 9-10-2015 tevoren aan verdachte bekend was. Met verschijnen van gemachtigde raadsvrouw op zitting van 22-8-2014 gold behandeling van zaak immers al voor gehele procesfase in e.a. als procedure op tegenspraak, ongeacht of verdachte dan wel gemachtigde raadsvrouw of raadsman op (1 van) latere zittingen is verschenen (vgl. HR:2003:AG3022). Ook anderszins kan uit procesverloop niet worden afgeleid dat zich een van de in art. 408.1 Sv bedoelde omstandigheden heeft voorgedaan. Volgt vernietiging en terugwijzing.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.