ECLI:NL:HR:2026:1405, Hoge Raad, 01-09-2026, 24/00368
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen mensenhandel door slachtoffers in prostitutie te laten werken. Hoofdelijke betalingsverplichting ex art. 36e.7 Sr. Kon hof aan betrokkene betalingsverplichting opleggen voor geheel bedrag aan w.v.v.? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2015:878 m.b.t. opleggen hoofdelijke betalingsverplichting bij ‘gemeenschappelijk voordeel’. Tegen deze achtergrond is ’s hofs oordeel dat betalingsverplichting hoofdelijk moet worden opgelegd, niet toereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat uit bewijsvoering in strafzaak volgt dat opbrengst van mensenhandel van slachtoffer A deels is overgeboekt naar bankrekeningen van medebetrokkene, terwijl hof in ontnemingsprocedure niet heeft vastgesteld dat betrokkene en medebetrokkene daarover gezamenlijk beschikking hebben of gedurende zekere tijd gezamenlijk beschikking hebben gehad. Aan die bewijsvoering kan daarom niet zonder meer worden ontleend dat betrokkene daadwerkelijk gezamenlijk met medebetrokkene de beschikking heeft of gedurende zekere tijd de beschikking heeft gehad over gehele opbrengst van bewezenverklaarde feiten en dat op die grond wederrechtelijk voordeel voor geheel als gemeenschappelijk voordeel aan betrokkene kan worden toegerekend. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/00367.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.