ECLI:NL:HR:2026:1402, Hoge Raad, 01-09-2026, 26/00836
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)OM-cassatie en cassatie opgeëiste persoon. Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Montenegrijnse nationaliteit) naar Montenegro t.z.v. verdenking van oprichten van criminele organisatie, betrokkenheid bij uitvoer van 991,895 kilogram cocaïne van Ecuador naar België en betrokkenheid bij uitvoer van 272 kilogram cocaïne van Ecuador via België naar Nederland. Rb heeft uitlevering toelaatbaar verklaard t.z.v. oprichten van criminele organisatie en uitvoer van 991,895 kilogram cocaïne van Ecuador naar België en uitlevering voor het overige ontoelaatbaar verklaard. 1. OM-cassatie. Ne bis in idem-beginsel t.a.v. tweede drugsfeit, art. 9.1 EUV en 9.1 UW. Kon Rb oordelen dat niet kan worden uitgesloten dat opgeëiste persoon in Nederland al (onherroepelijk) is berecht voor ditzelfde feit? 2. Cassatie opgeëiste persoon. Beroep op ne bis in idem-beginsel t.a.v. eerste drugsfeit en toelaatbaarverklaring van uitlevering t.a.v. oprichten van criminele organisatie. Ad 1. Uit stukken volgt dat opgeëiste persoon door autoriteiten van Montenegro wordt verdacht van verkoop van partij cocaïne van 272 kilogram, afkomstig uit Ecuador, die op 14-12-2020 in Antwerpen is aangekomen en die vervolgens op 19-12-2020 naar Nederland is vervoerd en daar aan opgeëiste persoon is overhandigd, waarna verkoop van partij door opgeëiste persoon heeft plaatsgevonden in periode van medio december 2020 tot en met begin februari 2021. Uit stukken volgt verder dat opgeëiste persoon in Nederland is vervolgd en (onherroepelijk) berecht i.v.m. gedragingen m.b.t. partij cocaïne die op 17-12-2020 in Antwerpen is aangekomen. Rb heeft uitlevering van opgeëiste persoon aan Montenegro ontoelaatbaar verklaard voor strafvervolging voor “ongeoorloofde productie, in bezit hebben en in het verkeer brengen van verdovende middelen, v.zv. dit feit ziet op verkoop van partij cocaïne in Nederland in periode van december 2020 tot en met februari 2021”. Daartoe heeft Rb overwogen dat “niet kan worden uitgesloten” dat opgeëiste persoon in Nederland al (onherroepelijk) is berecht voor hetzelfde feit als waarvoor uitlevering is verzocht. Dat oordeel is niet begrijpelijk. O.g.v. wat in CAG is vermeld, moet worden aangenomen dat feit waarvoor opgeëiste persoon in Nederland onherroepelijk is berecht niet hetzelfde feit is als een van feiten waarvoor zijn uitlevering is verzocht, met uitzondering van gedragingen t.a.v. (minimaal) 1 blok cocaïne op of omstreeks 29-12-2020 en (minimaal) 4 blokken cocaïne op of omstreeks 4-2-2021. Nu verder niet is gebleken van bestaan van feiten en omstandigheden die (behalve m.b.t. gedragingen t.a.v. (minimaal) 1 blok cocaïne op of omstreeks 29-12-2020 en (minimaal) 4 blokken cocaïne op of omstreeks 4-2-2021) aan toelaatbaarheid van verzochte uitlevering in de weg zouden staan, kan HR de zaak zelf afdoen. HR doet wat Rb had moeten doen en verklaart uitlevering ook toelaatbaar voor betrokkenheid bij uitvoer van 272 kilogram cocaïne van Ecuador via België naar Nederland. Ad 2. HR: art. 81.1 RO.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.