JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1391

ECLI:NL:HR:2026:1391, Hoge Raad, 01-09-2026, 24/00555

Hoge RaadUitspraak: 1 september 2026Publicatie: 28 augustus 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:24/00555

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. voorhanden hebben van vals identiteitsbewijs, art. 231.2 Sr. Aanwezigheidsrecht. Verstekverlening in hoger beroep na betekening van dagvaarding op BRP-adres van verdachte (opvanglocatie voor vluchtelingen uit Oekraïne) aan huisgenoot a.b.i. art. 36e.1.b.1 jo. 36e.2.a Sv. Was hof gehouden behandeling van zaak aan te houden, nu dagvaarding in h.b. niet aan verdachte in persoon is uitgereikt en ondubbelzinnig had moeten worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk weet heeft gehad van tz in h.b.? Opvatting dat rechter niet tot oordeel kan komen dat verdachte afstand heeft gedaan van aanwezigheidsrecht, in geval dat verdachte niet ttz. verschijnt en ook geen gemachtigde raadsman aanwezig is, terwijl betekening heeft plaatsgevonden door uitreiking aan degene die zich op betreffend adres bevindt en die zich bereid verklaart om stuk onverwijld aan geadresseerde te doen toekomen, is in het algemeen onjuist. Zoals in HR:2022:1469 is overwogen, volgt uit art. 8 en 9 Richtlijn (EU) 2016/343 niet dat verdachte daadwerkelijk weet moet hebben gehad van tz. van zaak in h.b. Het gaat erom dat verdachte daadwerkelijk in kennis is gesteld van die tz., dat wil zeggen: dat manier waarop informatie over tijdstip en plaats van tz. wordt verstrekt, het voor verdachte mogelijk maakt kennis te krijgen van die tz. Ook uit rechtspraak van EHRM volgt niet dat art. 6 EVRM een specifieke manier voorschrijft waarop verdachte in kennis wordt gesteld van tz. Die rechtspraak houdt ook niet in dat verdachte daadwerkelijk weet moet hebben gehad van tz. Bij beoordeling of manier van kennisgeving (mede in het licht van verplichtingen die voortvloeien uit Unierecht en EVRM) voldoende waarborgen biedt dat verdachte daadwerkelijk in kennis is gesteld van tz., komt betekenis toe aan zorgvuldigheid die overheidsinstanties in acht hebben genomen bij doen van kennisgeving, maar ook aan zorgvuldigheid die verdachte heeft betracht om aan hem gerichte informatie in ontvangst te nemen (vgl. HR:2024:842). Waar het gaat om inspanningen die van overheid mogen worden verlangd om verdachte die over BRP-adres beschikt, op de hoogte te stellen van datum van tz., volstaat (behoudens bijzondere omstandigheden) betekening aan BRP-adres, ook als verdachte niet zelf dagvaarding of oproeping in ontvangst neemt. Enkel gegeven dat BRP-adres een locatie betreft waar ook veel andere mensen (kunnen) verblijven, brengt niet met zich dat van zo’n bijzondere omstandigheid sprake is. Rechtspraak van HvJ EU en EHRM geeft (mede gelet op wat in CAG over (reikwijdte van) deze rechtspraak wordt opgemerkt) geen aanleiding tot andere opvatting (vgl. HR:2022:1469). Gelet op voorgaande heeft hof zonder schending van aanwezigheidsrecht kunnen beslissen om zaak buiten aanwezigheid van verdachte te behandelen. Hierbij is van belang dat namens verdachte h.b. is ingesteld, zodat verdachte zich ook via zijn raadsman op de hoogte had kunnen laten houden van plaats en tijdstip van tz. Ook is van belang dat verdachte o.g.v. art. 36g.1 Sv mogelijkheid had afschriftarrest (anders dan BRP-adres en adres van raadsman) op te geven, om zo ontvangst van informatie over plaats en tijdstip van tz. te waarborgen. Van stellen van prejudiciële vragen aan HvJ EU kan worden afgezien, omdat (gelet op wat hiervoor is overwogen) in schriftuur genoemde vragen kunnen worden beantwoord aan de hand van rechtspraak van HvJ EU of redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over manier waarop deze vragen over betrokken Unierechtelijke rechtsregel moet worden opgelost. Volgt verwerping.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

Gerechtshof Amsterdam·22 sep 2026
Arbeidsrecht
Verbintenissenrecht
Arbeidsrelaties
Transport
ECLI:NL:GHAMS:2026:2673

Hof buigt zich over opzegging Martinair-cao vrachtvliegers

28/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·22 sep 2026
Arbeidsrecht
Burgerlijk procesrecht
Arbeidsrelaties
Transport
ECLI:NL:GHAMS:2026:2679

KLM moet vrachtvliegers erkennen via overgang van onderneming

38/100Bekijk
Instantie·22 sep 2026

ECLI:NL:GHARL:2026:6033

5/100Bekijk
Hoge Raad·22 sep 2026

ECLI:NL:HR:2026:1528

~80geschat
Bekijk