ECLI:NL:HR:2026:1378, Hoge Raad, 01-09-2026, 24/02108
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Medeplegen groepsbelediging Armeniërs tijdens demonstratie bij Armeense ambassade in Den Haag (art. 137c.1 Sr) en medeplegen aanzetten tot discriminatie en gewelddadig optreden tegen mensen wegens hun ras (art. 137d.1 Sr). Bewijsklacht (voorwaardelijk) opzet op beledigend en discriminatoir karakter van gedane uitlatingen. Hof heeft vastgesteld dat verdachte hem onbekende vrouw heeft toegestaan tijdens door hem georganiseerde demonstratie het woord te voeren in Russisch. Hij heeft daartoe megafoon voor haar vastgehouden. Vrouw heeft in Russisch gescandeerd dat Armeniërs terroristen en agressors zijn en dat zij Karabach moeten verlaten, omdat dit gebied anders van Armeniërs zal worden afgepakt. Hof heeft overwogen dat het niet kan vaststellen dat verdachte de uitlatingen verstond en begreep. Hof heeft desondanks geoordeeld dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op beledigend en discriminatoir karakter van gedane uitlatingen. Hiervoor door hof kennelijk als doorslaggevend in aanmerking genomen omstandigheid dat verdachte, gelet op context van demonstratie en getoonde borden met zeer negatieve uitspraken jegens Armeense gemeenschap “minst genomen had moeten vermoeden” wat aard en strekking van uitspraken was, kan dat oordeel echter niet dragen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.