ECLI:NL:HR:2026:1377, Hoge Raad, 01-09-2026, 24/01590
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Diefstal, art. 310 Sr. Eventuele opname in zorginstelling als bijzondere voorwaarde, art. 14c.2.10 en 14c.2.11 Sr en art. 6:6:19.1.b Sv. Is gestelde bijzondere voorwaarde dat verdachte zich “na goedkeuring door rechter” laat opnemen in zorginstelling voor kortdurende klinische opname als reclassering daartoe indicatie aanvraagt en deze verkrijgt, verenigbaar met art. 14c.2.10 Sr? O.g.v. art. 14c.2.10 Sr kan als bijzondere voorwaarde bij (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf de opneming van veroordeelde in zorginstelling worden gesteld. Beslissing of zich noodzaak voordoet van opneming van veroordeelde in zorginstelling en voor welke duur, is voorbehouden aan rechter (vgl. HR:2018:946). Dat is niet anders als rechter als onderdeel van bijzondere voorwaarde van ambulante behandelverplichting (a.b.i. art. 14c.2.11 Sr) heeft bepaald dat in geval bij verdachte sprake is van terugval in middelengebruik of verslechtering van psychiatrisch ziektebeeld, hij zich kortdurend klinisch moet laten opnemen. Ook in zo’n geval is beslissing of zich noodzaak van zo’n opneming voordoet, voorbehouden aan rechter. Daarvoor is dan in art. 6:6:19 Sv bedoelde procedure aangewezen, waarin rechter alsnog opneming van veroordeelde in zorginstelling als bijzondere voorwaarde kan stellen. In de door hof gestelde bijzondere voorwaarde ligt besloten dat, als reclassering een indicatiestelling voor kortdurende klinische opname aanvraagt en verkrijgt, die opname pas kan plaatsvinden als bijzondere voorwaarden door rechter o.g.v. art. 6:6:19 Sv in die zin zijn gewijzigd dat opneming van veroordeelde in zorginstelling als bijzondere voorwaarde wordt gesteld. Gelet hierop is door hof gestelde bijzondere voorwaarde, v.zv. deze inhoudt dat verdachte zich gedurende proeftijd bij terugval in middelengebruik of verslechtering van psychiatrisch ziektebeeld voor duur van maximaal 7 weken (of zo veel korter als reclassering nodig vindt) laat opnemen in geïndiceerde zorginstelling “na goedkeuring door rechter”, niet onverenigbaar met art. 14c.2.10 Sr. Dat neemt niet weg dat formulering van die voorwaarde aan bepaaldheid zou winnen als daarin uitdrukkelijk wordt verwezen naar procedure van art. 6:6:19 Sv. Volgt verwerping. CAG: anders.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.