ECLI:NL:HR:2026:1375, Hoge Raad, 01-09-2026, 24/03834
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Medeplegen diefstal met valse sleutel, art. 311.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht gebruik voor bewijs van p-v’s van herkenning en DNA-match. 2. Bewijsklacht strafverzwarende omstandigheid dat medeplegen van diefstal “d.m.v. valse sleutel” heeft plaatsgevonden. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Gelet op selectie- en waarderingsvrijheid van feitenrechter en in aanmerking genomen hetgeen door verdediging is aangevoerd over betrouwbaarheid van p-v’s van herkenning, is ‘s hofs oordeel dat het geen reden heeft te twijfelen aan betrouwbaarheid van betreffende herkenningen niet onbegrijpelijk. Voorts is ’s hofs oordeel dat door verdediging geschetst alternatief scenario (mogelijkheid dat DNA van verdachte op bakje terecht is gekomen bij bezoek aan winkel) niet aannemelijk is geworden, evenmin onbegrijpelijk, gelet op wat door verdediging is aangevoerd en motivering die hof aan zijn oordeel ten grondslag heeft gelegd. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG is klacht terecht voorgesteld. Dit leidt echter bij gebrek aan belang niet tot cassatie. Bij weglating uit bewezenverklaring van gedeelte dat ziet op “d.m.v. valse sleutel”, worden aard en ernst van bewezenverklaarde niet wezenlijk aangetast, gelet op ‘s hofs strafmotivering en mede in aanmerking genomen dat ook is bewezenverklaard dat diefstal is begaan onder strafverzwarende omstandigheid “door 2 of meer verenigde personen” en dat die door hof opgelegde straf ver onder strafmaximum van art. 311.1 Sr ligt. Volgt verwerping.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.